180 gesteld. Wel kwam de portugeesche macht weer met zonsopgang naar buiten, opzeilend tot benoorden de Aguade; maar weer werd het stil en de vijanden konden niet bij elkaar komen. Eerst tegen den avond kwam er een „cleijn luchien uijtter zee". zoo „slouw" echter, dat de vijand bij daglicht niet meer te bereiken was. En van nachtelijke gevechten had Roothaas vooreerst genoeg. Hij besloot daarom 's nachts in 's vijands nabijheid te blijven om hem den volgenden dag met alle kracht aan te tasten. Toen de vijand dus met een n.n.w. wind zuidwaarts wendde, begeleidden hem op twee kanonschoten afstand de nederlandsche schepen tot de duisternis was gevallen. Want toen verloren zij hem uit het oog, omdat hij zijn vuren doofde. Eerst na middernacht werden weer vuren gezien. Eén er van was grooter dan de andere. Dat moest natuurlijk van het admiraalschip zijn. Daar spoedig de maan moest opkomen en de zee met haar schijnsel zou verlichten, gaf Roothaas bevel op de lichten aan te houden. Hij zelf ging op het groote Ucht af. Nadat de vloot een half uur gezeild had, kwam de maan op en ... . de vuren bleken op het land te staan. Naief merkt de com- mandeur in zijn rapport aangaande die vuren op: „die dencke daer geset waeren om ons te diverteeren." Zouden zij er ook niet gezet kunnen zijn om hem op het strand te laten loopen? De maan was hier reddend op tijd verschenen. De vijandelijke schepen waren bij het klare maanlicht nergens te ontdekken. Toen de dag aanbrak, vertoonden zij zich bij de Aguade en Roothaas zag toen ook, dat hij zelf door de vuren, de stroom en de z.w. wind „vrij wat om de noort was gediverteert." Weer bleef het dien dag stil tot na den middag, toen er eindelijk een zuchtje kwam uit het n.w., te zwak om den vijand nog bij dag te bezeilen. Maar den 29^'=° zouden de Nederlanders hun hart kunnen ophalen. 's Morgens met den dageraad bemerkte Roothaas den portugeeschen admiraal V2 niijl van zich af, koersende naar den wal. Vermoedelijk wilde hij eerst zijn in den nacht verspreide schepen verzamelen. Maar Roothaas wilde hem daartoe den tijd niet gunnen en zeilde met zijn schepen dadelijk op hem af. De vijand, dat ziende, wendde om het aangeboden gevecht aan te nemen. Tegen twee uur in den middag waren de vloten bij elkaar. De verzameling van de portugeesche vloot had de commandeur dus niet verhinderd. 181 De Phenix hield recht op de Sacrament, het admiraalschip, aan. Hoe meer hij echter met vollen wind zeilende den vijand, die bij den wind liep, naderde, hoe meer deze afhield en met zijn snel geschut van verre schietende, den hoUandschen commandeur ontweek. 6^ ^^ FhenLx Si Sa/rament Admirsal II. 29 januari. 1^ phase. Daar de Portugees beter bezeild was dan de Hollander, kon Root- haas hem niet bijkomen, liet hem schieten en voer met de hem volgende schepen boven den wind dicht langs de achter hun admi- raal volgende Portugeezen. ^^^ ^ "^^ cc-adm. i5"? S(urtim£nt Admiraal II. 29 Januari. 2^ phase. In 't passeeren werd „van beijde sijden wacker met canon op mal- canderen gespeelt." Toen het laatste schip gepasseerd was, wendde de commandeur zijn schepen voor den wind, om te trachten den vice-admiraal, die met vijf galjoenen in lij achter den admiraal aan kwam zeilen, aan te grijpen. Maar de vijand, allereerst bedacht op het voordeel van den wind, „smeet alle seylen bij" en liep zoo scherp mogelijk bij den wind zeilende juist voor Roothaas en de zijnen 182 langs, zoekende buiten schot te blijven. Het gelukte den vijand door betere bezeildheid boven den wind te komen, % \ \ Phi^rax S^AnTharof «i* II. 29 Januari. 3^ phase. maar in 't passeeren werd van beide zijden „wacker met canon ge- chargeert", waarbij de St. Anthony van den vice-admiraal werd lek geschoten en begon over te hellen. Intusschen had de admiraal zich met zijn eskader gewend en was boven den wind om de neder- landsche vloot heengevaren om die in den rug aan te vallen („achter in onze staart"), waar zijn vuur niet onbeantwoord bleef. & SarramsTit AdmirMi 'S^AnthoTvf vice-ddm. ^« e/Cc. II. 29 Januari. 4^ phase. Tegen den avond deed de portugeesche admiraal een schot met los 183 kruit, om de zijnen te waarschuwen, en trok zich naar den wal terug. De Nederlanders, de vuren van den vijand in 't zicht houdend, volgden. Tegen den morgen („in 't jongste van de tweede wacht") van den 30***^° Januari lag de vijand aan de loefzijde door „'t scavelen" ^) van den wind een weinig naar achteren geraakt, zoo dat Roothaas meende hem wel te kunnen bezeilen. Maar dat viel niet mee. Op een afstand van wel 2 of 3 kanonschoten koerste de beter bezeilde Portugees voor hem langs naar de „bhare", zonder van het voordeel van den wind tot een aanval gebruik te maken. Gedurende eenige dagen bleef de vijand voor de „bhare " zonder verder uit te komen. Alleen trachtte hij door schieten de Hollanders te verleiden tot „consumeren van ammonitie." Op den morgen van den 3'^^° Februari was de vijand slechts V2 mijl van de blokkade-vloot verwijderd en daardoor de gelegenheid geboden een „contredans met haer te dansen." De wind was n.n.w. langs de kust. Roothaas zeilde met de geheele vloot op hem af. De Portugees zulks bemerkende, kwam met „alle furie" de Hollanders tegemoet. De wind draaide in zijn voordeel n.n.o. („soo de wint wat landelyckte"), zoodat hij weer de loefzijde houden kon. St^ Sacrament „^ -,-_ Admiraal Phe/ax III. 3 Februari. !« phase. Nog voordat het nederlandschc geschut hem kon raken, schoot de vijand reeds met zijn boegstuk over de Phenix heen. Toen zij elkaar binnen een musketschot afstand genaderd waren, kregen de Portu- geezen van het commandeurschip, de daarop volgende Zierikzee en van de Tholen (vice-commandeur Van Leenen) bij 't passeeren de volle laag. De Portugees zette alle zeilen bij („stack by") om aan den dans te ontkomen. Hij moest echter blijven, want het werd windstil, 't Was 8 uur in den morgen. „OngelofFelijck werde met canon op malcander gespeelt." 's Vijands admiraalschip verloor met zijn bram- ^) Hier: het weifelen, zoeken van den wind tusschen zee- en landwind. 184 steng zijn vlag, en geen Portugees deed moeite gedurende het gevecht een andere op te zetten. StSaa^tw"^ III. 3 Februari. 2^ phasc. Het artilleriegevecht duurde tot 's middags één uur, toen de zeewind begon door te blazen. Dadelijk zetten de portugeesche schepen koers naar de kasteelen. ^) En weer gelukte het hun door betere bezeild- heid aan de afsnijding, die Roothaas beproefde, te ontkomen. Zij waren daarbij vóór de nederlandsche schepen langs gezeild, want tegen den avond lagen de Portugeezen op twee kanonschoten afstand in lij van Phenix, Zierikzee en Tholen, de snelste zeilers van de hollandsche vloot, die getracht hadden den vijand vóór te zijn. ^ Tfwkn> ^. III. 3 Februari. 3^ phase. Roothaas, nu voor den wind, stevende met zijn snelle zeilers (ver- moedelijk in de koers z.o.) recht op den vijand aan, hopende, hem nu naar 't zuiden van de kust af te dringen, en in de verwachting. ^) Hoeveel schepen er van den vijand aan het gevecht deelnemen, is niet duidelijk. Minstens het eskader van den admiraal, vijf schepen. 185 dat de andere schepen hem, als het tot een gevecht kwam, wel zouden kunnen inhalen. „Doch wat wast? Den vijand stelde sijn cours recht van ons aff en bleef soo aen't voorloopen en worde ondertusschen doncker." Tholtnf Zürütxeé' Hl£KtX «. „ ^« Lmsta'TïU Anmirjgi ^ ^mlm^ "^ SiuTiunent III. 3 Februari. 4^ phase. Op die duisternis had de vijand gerekend. Hij was ongeveer Vs ™ijl van de Aguade verwijderd. Hoe de commandeur ook zijn best deed, te zien waar de vijand bleef, hij kwam er niet achter. Want de vijand zette zijn vuren niet op, de maan kwam niet te hulp en den volgenden dag lagen zijn schepen veilig onder de Aguade. Zij waren in de duisternis de blokkadevloot ontkomen. Het was een groote teleurstelUng voor den commandeur, die zoo gehoopt had „met den dage hem met cracht eenmael tot ons contentement soude connen attaqueren." Hij mocht slechts zijn hart luchten met de schampere opmerking dat de vijanden „dese nacht schandelyck uytter zee zijn geloopen", en zich trachten te troosten met de door eigen oogen 186 geziene en door overloopers (vermoedelijk over Wingurla) bevestigde schade den Portugees toegebracht, wiens admiraalschip „syn ronthout wacker doorboort en 't loopende want heel schadeloos (beschadigd) was, neflfens vele dooden." Van zijn eigen verliezen deed de com- mandeur geen mededeeling. Na dit gevecht moesten de Hollanders lang wachten voor zij weer een kans kregen. Wel zeilde Roothaas den P'^° Maart met zijn schepen dicht langs de Aguade, drie losse schoten naar zee schietend, om den vijand uit te dagen — maar hij kwam niet. Hij was nog bezig de geleden schade te herstellen en het groote galjoen „Bon Jezus de Carmel" met peper, kaneel en andere waren te laden om die over Mozambique naar Portugal te zenden. Zoo werd van de vloot uit gezien en van Wingurla vernomen. Eerst 28 Maart was de vijand met zijn preparatieven gereed. Op dien dag zou de vierde en laatste ontmoeting plaats hebben, 's Morgens vroeg kwam de vijand met 8 galjoenen en 13 fregatten met den landwind opzetten en begon weer van verre te schieten. De com- mandeur met zijn Phenix, Zierikzee en Weesp, het midden-eskader vormend, kreeg het eerst een „weynich koelte" uit het z.o. waarvan hij gebruik maakte om op den vijand toe te zeilen. Toen hij des vijands admiraal op een steenworp afstand was genaderd, werd het doodstil, zoodat geen van beide van plaats kon veranderen. Dapper en schier „ongelofFelyck werd met musquetten en canon op malcander gesargeert ", bij welk eerste treffen het eskader van den commandeur 24 gewonden kreeg, van wie er den volgenden dag twee stierven. Terwijl hij met zijn schepen zoo midden tusschen de vijandelijke vloot lag, kwam van het zuiden de schout bij nacht Rins Jansen met z'n drie schepen te hulp. Hij had met Vlieland, Workum en Goutsbloem twee kanonschoten ten zuiden van Roothaas voor de bhare gelegen. Om bij Roothaas te komen moet hij dus van kleine plaatselijke zuchtjes bij het opkomen van den zeewind hebben gebruik gemaakt. Intusschen deed ook de vice-commandeur van Leenen met Tholen, Ter Schelling en Leeuwin twee kanonschoten ten noorden van Roothaas voor de bhare gelegen, zijn best om bij de vechtenden te komen, wat hem gelukte. Zoo was dan eindelijk de geheele vloot met de Portugeezen slaags. Van voren, van ach- teren en van beide scheepsboorden werd gedurende eenige uren geschoten „zoo veel als lossen en laden conden", met het resultaat 187 dat bij vriend en vijand het loopende want en de zeilen aan flarden geschoten werden. Zoodra de zeewind begon op te steken, deed de Portugees zijn best om naar de bhare terug te wijken. De Hollanders trachtten het hem te beletten. Zij hadden het geluk van het galjoen St. Thomas de groote mast af te schieten. Deze nam in 't vallen de bazaansmast mee, zoodat het schip, ontredderd, niet kon ontkomen. Het werd zoodanig onder vuur genomen, dat het in brand raakte en in de lucht vloog. Van de bemanning werden 7& door de Neder- landers gered. ^) Ook de portugeesche fregatten trachtten de schip- breukelingen te hulp te komen „maar soo een deel cogels om haer ooren cregen, stelden 't mede aan 't loopen." 't Gevecht had plaats gehad op ongeveer 3 kanonschoten van de kasteelen, waarheen de Portugeezen zich terug trokken. Zelfs met de best bezeilde schepen kon Roothaas hen niet inhalen, van afsnijden was zelfs geen sprake; in 't zeilen waren de Portugeezen altijd de baas. Bovendien werd bij 't achtervolgen het groot marszeil van de Phenix, dat al veel geleden had, uit de lijken geslagen. Hij hield maar „Vs fock met een heel schadeloos voormarszeyl" over „soodat het najagen weynich clem hadde." De commandeur moest zich vergenoegen met weer de blokkade- positie in te nemen, twee kanonschoten van de kasteelen verwijderd. Daar kon hij zijn bekomen schade zooveel mogelijk herstellen. „Siet daer", glorieert de overwinnende commandeur, „de conincklycke vloot, die scheen d' heele wereld dwingen wilde voor de derde mael ^) soo schandich wtter zee geslaegen"; maar hij moet er spijtig bij- voegen, erkennend, dat de overwinning toch niet volkomen is: „en voorwaer soo wij haer in ruym gehadt hadden, souden sonder twijfel de heele vloot geslagen hebben off ten minste geruyneerd." Of hem dat inderdaad gelukt zou zijn, is de vraag, want zijn kruit en lood waren vrij wel verschoten. Hevig was er van nederlandsche zijde met „canon gespeelt." De Phenix alleen had 750 schoten gelost, die voor 't gevecht in kardoezen waren gereed gemaakt, en daarna nog ^) Deze gevangenen berichtten, dat het admiraalschip, voor het er van door ging, reeds 40 dooden had, o.a. de kapitein en de „piloot-majoor." J. J. Saar, a. w., p. 134 spreekt ten onrechte van een rijkgeladen schip, dat in de lucht vloog, en van 300 gevangenen. -) Hij bedoelt de vierde. Ook de Gen. Miss. van 14 Dec. 1658 aoemt maar 3 ontmoetingen. Waarom die van 3 Febr. overgeslagen wordt? 188 omtrent 100 versche schoten. Dat de andere schepen zich ook niet onbetuigd gelaten hadden, blijkt uit de geringe hoeveelheid kruit, die den volgenden dag nog op de vloot bevonden werd: 4000 'S, ^) in sommige schepen maar 6 schoten voor ieder stuk. Daarmede hadden de Portugeezen het doel bereikt, dat Roothaas hun toeschrijft. De commandeur merkt n.1. in zijn verslag op, dat de vijand in 't begin heel heftig schoot, maar „daerna quam het schut seer langsaem te boort en bleven de poorten veel toe." En later zegt hij, dat de vijand niets anders in 't zin had „als ons met schermutsels van ammonitie t' ontblooten." Als dat werkelijk zijn doel geweest is, mag het be- vreemden, dat de Portugees niet nog een poging gewaagd heeft om met zijn geheele vloot of de minst gehavende schepen een uitval te doen, en te trachten de Bon Jezus te doen ontsnappen. Want om dat schip uit de bhare naar Mozambique door te krijgen, was de uitval gedeeltelijk begonnen. Toen de vijandelijke vloten elkander naderden, had het galjoen zijn stengen opgezet. De gevangenen gaven ook te kennen, dat het 't plan was geweest het geladen schip, zoodra de vechtende vloten een eind in zee zouden zijn bij donkeren nacht aan de blokkade te doen ontsnappen. Door de windstilte hadden de vechtenden zich niet zoo ver van de kust kunnen verwijderen, dat de Bon Jezus met kans op succes de bhare kon verlaten, en daarna maakte de zeewind de vlucht geheel onmogelijk. Daarom hadden de Portugeezen ook gelijk bij 't opsteken van den zeewind naar de kasteelen terug te keeren. Het doel van den uitval was toch niet meer te bereiken. Roothaas weet het mislukken van hun plan aan zijn snel optreden alleen. Of hij gelijk had? Nog gingen er in de volgende dagen geruchten, dat de vijand weer een poging tot breking der blokkade zou wagen, maar tevens werd vernomen, dat het geladen schip zijn stengen weer af nam, en zelfs weer gelost werd. Den 14^° April werden vier van de grootste schepen des vijands binnen de bank van Mormogan gehaald en een ander de rivier opgebracht tot voor de stad. De overige drie, die onder bescherming van de Aguade lagen, werden onttakeld. De Portugeezen gaven de pogingen tot doorbraak voor dit seizoen op; de taak van Roothaas was afgeloopen. Op verzoek van Van der Meyden had hij reeds den 9^^" April de *) Gen. Miss. 14 Dec. 1658 spreekt van „14000 "g en naar advenant scherp." 189 Leeuwin naar Barcelor gezonden om rijst voor Ceylon te halen en op den avond van den 18'° vertrok hij zelf met vier schepen, alle militairen, overloopers en gevangenen medenemend, naar Ceylon. ^) Van Leenen werd achtergelaten om op den vijand, die nog niet al zijn schepen onttakeld of de rivier op gesleept had, te passen. Zoodra hij zag, dat de vijand zijn laatste schepen „disarmeerde," moest hij den commandeur volgen met Tholen, en Rins Jansen achter laten om nog tot 2 of 3 Mei voor de bhare te blijven kruisen. Twee dagen na 't vertrek van den commandeur kwamen nog 30 a 35 fregatten, waaronder 12 oorlogsbodems uit Goa's bhare om naar 't noorden te ontkomen. De kruisende jachten dreven hen binnen de rivier Chapora. Toen de laatste jachten der vloot ver- trokken waren, beproefden zij nog hun reis noordwaarts te vervolgen, maar de „contrarie" noordwestenwinden dreven hen terug, zoodat zij in de rivier of binnen Goa's bhare werden terug gedreven, ^) Roothaas ontmoette voor Cotchin, 26 April, het jacht Ter Veer, komend van Ceylon. Hij gaf het bevel tot 8 a 10 Mei voor de stad op schepen uit het noorden te kruisen en over Tutucorijn met be- velen van Eduard Ooms terug te keeren. In Calecoelan bezocht hij het daar reeds jaren resideerende opperhoofd Reinier Serooskercken, met wien hij besprekingen hield over een eventueelen aanval op 't portugeesche Coelan, door de vloot van 't volgende seizoen. Den 2den f^gj kwam hij met 3 schepen ^) voor Gale. De meegevoerde soldaten werden er uit gelicht en dadelijk buitenom ter versterking van het belegeringsleger naar JafFanapatnam gezonden. ^) Vier dagen later kwam Van Leenen met Tholen voor Gale en den IS'*'" ook Rins Jansen met de overige schepen der blokkade-vloot. Roothaas was toen reeds met zijn Phenix in gezelschap van de fluit Venenburgh *) op weg naar Batavia, voor welke stad hij den 4'^'° Juni 1658 zijn rapport aan Gouverneur-Generaal en Raden onderteekende. ^) ') Volgens zijn order van Van Goens had Roothaas 15 April moeten vertrekken. 2) Missive van Pietcr van Zantvliet uit Wingurla naar Batavia 4 juli 1658. ^) Phenix, Zierikzee, Weesp. Terschelhng en Leeuwin kwamen 3 Mei aan. (Gaelse Missive van 8 Mei 1658 naar Batavia.) *) Vertrokken 10 Mei. (Gaelse Missive van 20 Juni 1658 naar Batavia.) ^) Roothaas deelt in zijn rapport mee: Soude oock nae de consonante verclaringh van vele nautrale personen [de vijand] in alle dese 4 bataljes 700 man verloren hebben. Zijn eigen verliezen, toch zeker gemakkelijker te constatecren geeft hij niet op. Van Goens in zijn Missive van 6 Juli schat het verlies der Portugeezen voor Goa op ± 450. 190
ORANG-ORANG YANG MENYOKONG
Selasa, 7 April 2020
180
Langgan:
Catat Ulasan (Atom)
220
220 4. De hoogc officieren als is den gouverneur, cap* moors, Viadoor de Fazendo tot cappiteijnen in cluijs, sullen met haer teijckens u...
CATATAN POPULAR
-
Kenapa isu anjing menjadi sensitif. Sudah lama aku perhatikan bagaimana orang melayu berhadapan dengan isu anjing. Dalam hal ini aku akan m...
-
Oh sudah lama rasnya saya tidak menjengok blog ini. Ketika itu lihat orang ada akaun blogspot.my rasa nak ada akaun blogspot jugalah. Ketik...
-
20 De hechtste en grootste schepen werden gebruikt voor de vaart tusschen Indië en patria. Gewoonlijk verlieten per jaar drie vloten het...
-
40 Volgens art. 3 van het verdrag van 1638 zouden de Nederlanders de veroverde sterkten op Ceylon bezetten op kosten van den maharadja „...
-
30 die grondige wetenschap ende kennisse heeft van boecken ende reeckeningen ende die oock becleet sy met gerequireerde achtbaerheijt en...
Tiada ulasan:
Catat Ulasan