ORANG-ORANG YANG MENYOKONG

Selasa, 7 April 2020

180

180 

gesteld. Wel kwam de portugeesche macht weer met zonsopgang 
naar buiten, opzeilend tot benoorden de Aguade; maar weer werd 
het stil en de vijanden konden niet bij elkaar komen. 

Eerst tegen den avond kwam er een „cleijn luchien uijtter zee". 
zoo „slouw" echter, dat de vijand bij daglicht niet meer te bereiken 
was. En van nachtelijke gevechten had Roothaas vooreerst genoeg. 
Hij besloot daarom 's nachts in 's vijands nabijheid te blijven om 
hem den volgenden dag met alle kracht aan te tasten. Toen de 
vijand dus met een n.n.w. wind zuidwaarts wendde, begeleidden hem 
op twee kanonschoten afstand de nederlandsche schepen tot de 
duisternis was gevallen. Want toen verloren zij hem uit het oog, 
omdat hij zijn vuren doofde. Eerst na middernacht werden weer 
vuren gezien. Eén er van was grooter dan de andere. Dat moest 
natuurlijk van het admiraalschip zijn. Daar spoedig de maan moest 
opkomen en de zee met haar schijnsel zou verlichten, gaf Roothaas 
bevel op de lichten aan te houden. Hij zelf ging op het groote Ucht 
af. Nadat de vloot een half uur gezeild had, kwam de maan op 
en ... . de vuren bleken op het land te staan. Naief merkt de com- 
mandeur in zijn rapport aangaande die vuren op: „die dencke daer 
geset waeren om ons te diverteeren." Zouden zij er ook niet gezet 
kunnen zijn om hem op het strand te laten loopen? De maan was 
hier reddend op tijd verschenen. 

De vijandelijke schepen waren bij het klare maanlicht nergens te 
ontdekken. Toen de dag aanbrak, vertoonden zij zich bij de Aguade 
en Roothaas zag toen ook, dat hij zelf door de vuren, de stroom 
en de z.w. wind „vrij wat om de noort was gediverteert." Weer 
bleef het dien dag stil tot na den middag, toen er eindelijk een 
zuchtje kwam uit het n.w., te zwak om den vijand nog bij dag te 
bezeilen. Maar den 29^'=° zouden de Nederlanders hun hart kunnen 
ophalen. 

's Morgens met den dageraad bemerkte Roothaas den portugeeschen 
admiraal V2 niijl van zich af, koersende naar den wal. Vermoedelijk 
wilde hij eerst zijn in den nacht verspreide schepen verzamelen. Maar 
Roothaas wilde hem daartoe den tijd niet gunnen en zeilde met zijn 
schepen dadelijk op hem af. De vijand, dat ziende, wendde om het 
aangeboden gevecht aan te nemen. Tegen twee uur in den middag 
waren de vloten bij elkaar. De verzameling van de portugeesche 
vloot had de commandeur dus niet verhinderd. 



181 

De Phenix hield recht op de Sacrament, het admiraalschip, 
aan. Hoe meer hij echter met vollen wind zeilende den vijand, 
die bij den wind liep, naderde, hoe meer deze afhield en met 
zijn snel geschut van verre schietende, den hoUandschen commandeur 
ontweek. 



6^ 



^^ 



FhenLx 



Si Sa/rament 
Admirsal 



II. 29 januari. 1^ phase. 

Daar de Portugees beter bezeild was dan de Hollander, kon Root- 
haas hem niet bijkomen, liet hem schieten en voer met de hem 
volgende schepen boven den wind dicht langs de achter hun admi- 
raal volgende Portugeezen. 



^^^ ^ "^^ 



cc-adm. 



i5"? S(urtim£nt 
Admiraal 



II. 29 Januari. 2^ phase. 

In 't passeeren werd „van beijde sijden wacker met canon op mal- 
canderen gespeelt." Toen het laatste schip gepasseerd was, wendde 
de commandeur zijn schepen voor den wind, om te trachten den 
vice-admiraal, die met vijf galjoenen in lij achter den admiraal aan 
kwam zeilen, aan te grijpen. Maar de vijand, allereerst bedacht op 
het voordeel van den wind, „smeet alle seylen bij" en liep zoo scherp 
mogelijk bij den wind zeilende juist voor Roothaas en de zijnen 



182 

langs, zoekende buiten schot te blijven. Het gelukte den vijand door 
betere bezeildheid boven den wind te komen, 



% 



\ 



\ 



Phi^rax 



S^AnTharof «i* 




II. 29 Januari. 3^ phase. 

maar in 't passeeren werd van beide zijden „wacker met canon ge- 
chargeert", waarbij de St. Anthony van den vice-admiraal werd lek 
geschoten en begon over te hellen. Intusschen had de admiraal zich 
met zijn eskader gewend en was boven den wind om de neder- 
landsche vloot heengevaren om die in den rug aan te vallen („achter 
in onze staart"), waar zijn vuur niet onbeantwoord bleef. 



& SarramsTit 
AdmirMi 




'S^AnthoTvf 

vice-ddm. 



^« e/Cc. 

II. 29 Januari. 4^ phase. 



Tegen den avond deed de portugeesche admiraal een schot met los 



183 

kruit, om de zijnen te waarschuwen, en trok zich naar den wal terug. 
De Nederlanders, de vuren van den vijand in 't zicht houdend, volgden. 
Tegen den morgen („in 't jongste van de tweede wacht") van den 30***^° 
Januari lag de vijand aan de loefzijde door „'t scavelen" ^) van den 
wind een weinig naar achteren geraakt, zoo dat Roothaas meende 
hem wel te kunnen bezeilen. Maar dat viel niet mee. Op een afstand 
van wel 2 of 3 kanonschoten koerste de beter bezeilde Portugees 
voor hem langs naar de „bhare", zonder van het voordeel van den 
wind tot een aanval gebruik te maken. 

Gedurende eenige dagen bleef de vijand voor de „bhare " zonder 
verder uit te komen. Alleen trachtte hij door schieten de Hollanders 
te verleiden tot „consumeren van ammonitie." 

Op den morgen van den 3'^^° Februari was de vijand slechts V2 
mijl van de blokkade-vloot verwijderd en daardoor de gelegenheid 
geboden een „contredans met haer te dansen." De wind was n.n.w. 
langs de kust. Roothaas zeilde met de geheele vloot op hem af. De 
Portugees zulks bemerkende, kwam met „alle furie" de Hollanders 
tegemoet. De wind draaide in zijn voordeel n.n.o. („soo de wint 
wat landelyckte"), zoodat hij weer de loefzijde houden kon. 

St^ Sacrament 

„^ -,-_ Admiraal 



Phe/ax 

III. 3 Februari. !« phase. 

Nog voordat het nederlandschc geschut hem kon raken, schoot de 
vijand reeds met zijn boegstuk over de Phenix heen. Toen zij elkaar 
binnen een musketschot afstand genaderd waren, kregen de Portu- 
geezen van het commandeurschip, de daarop volgende Zierikzee en 
van de Tholen (vice-commandeur Van Leenen) bij 't passeeren de volle 
laag. De Portugees zette alle zeilen bij („stack by") om aan den 
dans te ontkomen. Hij moest echter blijven, want het werd windstil, 
't Was 8 uur in den morgen. „OngelofFelijck werde met canon op 
malcander gespeelt." 's Vijands admiraalschip verloor met zijn bram- 



^) Hier: het weifelen, zoeken van den wind tusschen zee- en landwind. 



184 



steng zijn vlag, en geen Portugees deed moeite gedurende het 
gevecht een andere op te zetten. 



StSaa^tw"^ 



III. 3 Februari. 2^ phasc. 

Het artilleriegevecht duurde tot 's middags één uur, toen de zeewind 
begon door te blazen. Dadelijk zetten de portugeesche schepen koers 
naar de kasteelen. ^) En weer gelukte het hun door betere bezeild- 
heid aan de afsnijding, die Roothaas beproefde, te ontkomen. Zij 
waren daarbij vóór de nederlandsche schepen langs gezeild, want 
tegen den avond lagen de Portugeezen op twee kanonschoten afstand 
in lij van Phenix, Zierikzee en Tholen, de snelste zeilers van de 
hollandsche vloot, die getracht hadden den vijand vóór te zijn. 



^ 



Tfwkn> 



^. 







III. 3 Februari. 3^ phase. 



Roothaas, nu voor den wind, stevende met zijn snelle zeilers (ver- 
moedelijk in de koers z.o.) recht op den vijand aan, hopende, hem 
nu naar 't zuiden van de kust af te dringen, en in de verwachting. 



^) Hoeveel schepen er van den vijand aan het gevecht deelnemen, is niet duidelijk. 
Minstens het eskader van den admiraal, vijf schepen. 



185 

dat de andere schepen hem, als het tot een gevecht kwam, wel 
zouden kunnen inhalen. „Doch wat wast? Den vijand stelde sijn 
cours recht van ons aff en bleef soo aen't voorloopen en worde 
ondertusschen doncker." 



Tholtnf 



Zürütxeé' 



Hl£KtX 




«. „ ^« Lmsta'TïU 

Anmirjgi ^ ^mlm^ "^ SiuTiunent 

III. 3 Februari. 4^ phase. 

Op die duisternis had de vijand gerekend. Hij was ongeveer Vs ™ijl 
van de Aguade verwijderd. Hoe de commandeur ook zijn best deed, 
te zien waar de vijand bleef, hij kwam er niet achter. Want de 
vijand zette zijn vuren niet op, de maan kwam niet te hulp en den 
volgenden dag lagen zijn schepen veilig onder de Aguade. Zij waren 
in de duisternis de blokkadevloot ontkomen. Het was een groote 
teleurstelUng voor den commandeur, die zoo gehoopt had „met den 
dage hem met cracht eenmael tot ons contentement soude connen 
attaqueren." Hij mocht slechts zijn hart luchten met de schampere 
opmerking dat de vijanden „dese nacht schandelyck uytter zee zijn 
geloopen", en zich trachten te troosten met de door eigen oogen 



186 

geziene en door overloopers (vermoedelijk over Wingurla) bevestigde 
schade den Portugees toegebracht, wiens admiraalschip „syn ronthout 
wacker doorboort en 't loopende want heel schadeloos (beschadigd) 
was, neflfens vele dooden." Van zijn eigen verliezen deed de com- 
mandeur geen mededeeling. 

Na dit gevecht moesten de Hollanders lang wachten voor zij weer 
een kans kregen. Wel zeilde Roothaas den P'^° Maart met zijn 
schepen dicht langs de Aguade, drie losse schoten naar zee schietend, 
om den vijand uit te dagen — maar hij kwam niet. Hij was nog 
bezig de geleden schade te herstellen en het groote galjoen „Bon 
Jezus de Carmel" met peper, kaneel en andere waren te laden om 
die over Mozambique naar Portugal te zenden. Zoo werd van de 
vloot uit gezien en van Wingurla vernomen. 

Eerst 28 Maart was de vijand met zijn preparatieven gereed. Op 
dien dag zou de vierde en laatste ontmoeting plaats hebben, 's Morgens 
vroeg kwam de vijand met 8 galjoenen en 13 fregatten met den 
landwind opzetten en begon weer van verre te schieten. De com- 
mandeur met zijn Phenix, Zierikzee en Weesp, het midden-eskader 
vormend, kreeg het eerst een „weynich koelte" uit het z.o. waarvan 
hij gebruik maakte om op den vijand toe te zeilen. Toen hij des 
vijands admiraal op een steenworp afstand was genaderd, werd het 
doodstil, zoodat geen van beide van plaats kon veranderen. Dapper 
en schier „ongelofFelyck werd met musquetten en canon op malcander 
gesargeert ", bij welk eerste treffen het eskader van den commandeur 
24 gewonden kreeg, van wie er den volgenden dag twee stierven. 
Terwijl hij met zijn schepen zoo midden tusschen de vijandelijke 
vloot lag, kwam van het zuiden de schout bij nacht Rins Jansen 
met z'n drie schepen te hulp. Hij had met Vlieland, Workum en 
Goutsbloem twee kanonschoten ten zuiden van Roothaas voor de 
bhare gelegen. Om bij Roothaas te komen moet hij dus van kleine 
plaatselijke zuchtjes bij het opkomen van den zeewind hebben 
gebruik gemaakt. Intusschen deed ook de vice-commandeur van 
Leenen met Tholen, Ter Schelling en Leeuwin twee kanonschoten 
ten noorden van Roothaas voor de bhare gelegen, zijn best om bij 
de vechtenden te komen, wat hem gelukte. Zoo was dan eindelijk 
de geheele vloot met de Portugeezen slaags. Van voren, van ach- 
teren en van beide scheepsboorden werd gedurende eenige uren 
geschoten „zoo veel als lossen en laden conden", met het resultaat 



187 

dat bij vriend en vijand het loopende want en de zeilen aan flarden 
geschoten werden. Zoodra de zeewind begon op te steken, deed de 
Portugees zijn best om naar de bhare terug te wijken. De Hollanders 
trachtten het hem te beletten. Zij hadden het geluk van het galjoen 
St. Thomas de groote mast af te schieten. Deze nam in 't vallen de 
bazaansmast mee, zoodat het schip, ontredderd, niet kon ontkomen. 
Het werd zoodanig onder vuur genomen, dat het in brand raakte 
en in de lucht vloog. Van de bemanning werden 7& door de Neder- 
landers gered. ^) Ook de portugeesche fregatten trachtten de schip- 
breukelingen te hulp te komen „maar soo een deel cogels om haer 
ooren cregen, stelden 't mede aan 't loopen." 

't Gevecht had plaats gehad op ongeveer 3 kanonschoten van de 
kasteelen, waarheen de Portugeezen zich terug trokken. Zelfs met 
de best bezeilde schepen kon Roothaas hen niet inhalen, van afsnijden 
was zelfs geen sprake; in 't zeilen waren de Portugeezen altijd de 
baas. Bovendien werd bij 't achtervolgen het groot marszeil van 
de Phenix, dat al veel geleden had, uit de lijken geslagen. Hij hield 
maar „Vs fock met een heel schadeloos voormarszeyl" over „soodat 
het najagen weynich clem hadde." 

De commandeur moest zich vergenoegen met weer de blokkade- 
positie in te nemen, twee kanonschoten van de kasteelen verwijderd. 
Daar kon hij zijn bekomen schade zooveel mogelijk herstellen. „Siet 
daer", glorieert de overwinnende commandeur, „de conincklycke 
vloot, die scheen d' heele wereld dwingen wilde voor de derde mael ^) 
soo schandich wtter zee geslaegen"; maar hij moet er spijtig bij- 
voegen, erkennend, dat de overwinning toch niet volkomen is: „en 
voorwaer soo wij haer in ruym gehadt hadden, souden sonder twijfel 
de heele vloot geslagen hebben off ten minste geruyneerd." Of hem 
dat inderdaad gelukt zou zijn, is de vraag, want zijn kruit en lood 
waren vrij wel verschoten. Hevig was er van nederlandsche zijde 
met „canon gespeelt." De Phenix alleen had 750 schoten gelost, die 
voor 't gevecht in kardoezen waren gereed gemaakt, en daarna nog 



^) Deze gevangenen berichtten, dat het admiraalschip, voor het er van door ging, 
reeds 40 dooden had, o.a. de kapitein en de „piloot-majoor." J. J. Saar, a. w., p. 134 
spreekt ten onrechte van een rijkgeladen schip, dat in de lucht vloog, en van 300 
gevangenen. 

-) Hij bedoelt de vierde. Ook de Gen. Miss. van 14 Dec. 1658 aoemt maar 3 
ontmoetingen. Waarom die van 3 Febr. overgeslagen wordt? 



188 

omtrent 100 versche schoten. Dat de andere schepen zich ook niet 
onbetuigd gelaten hadden, blijkt uit de geringe hoeveelheid kruit, 
die den volgenden dag nog op de vloot bevonden werd: 4000 'S, ^) 
in sommige schepen maar 6 schoten voor ieder stuk. Daarmede 
hadden de Portugeezen het doel bereikt, dat Roothaas hun toeschrijft. 
De commandeur merkt n.1. in zijn verslag op, dat de vijand in 't begin 
heel heftig schoot, maar „daerna quam het schut seer langsaem te 
boort en bleven de poorten veel toe." En later zegt hij, dat de vijand 
niets anders in 't zin had „als ons met schermutsels van ammonitie 
t' ontblooten." Als dat werkelijk zijn doel geweest is, mag het be- 
vreemden, dat de Portugees niet nog een poging gewaagd heeft om 
met zijn geheele vloot of de minst gehavende schepen een uitval te 
doen, en te trachten de Bon Jezus te doen ontsnappen. Want om 
dat schip uit de bhare naar Mozambique door te krijgen, was de 
uitval gedeeltelijk begonnen. Toen de vijandelijke vloten elkander 
naderden, had het galjoen zijn stengen opgezet. De gevangenen gaven 
ook te kennen, dat het 't plan was geweest het geladen schip, zoodra 
de vechtende vloten een eind in zee zouden zijn bij donkeren nacht 
aan de blokkade te doen ontsnappen. Door de windstilte hadden de 
vechtenden zich niet zoo ver van de kust kunnen verwijderen, dat de 
Bon Jezus met kans op succes de bhare kon verlaten, en daarna 
maakte de zeewind de vlucht geheel onmogelijk. Daarom hadden de 
Portugeezen ook gelijk bij 't opsteken van den zeewind naar de 
kasteelen terug te keeren. Het doel van den uitval was toch niet meer 
te bereiken. Roothaas weet het mislukken van hun plan aan zijn snel 
optreden alleen. Of hij gelijk had? 

Nog gingen er in de volgende dagen geruchten, dat de vijand 
weer een poging tot breking der blokkade zou wagen, maar tevens 
werd vernomen, dat het geladen schip zijn stengen weer af nam, en 
zelfs weer gelost werd. Den 14^° April werden vier van de grootste 
schepen des vijands binnen de bank van Mormogan gehaald en een 
ander de rivier opgebracht tot voor de stad. De overige drie, die 
onder bescherming van de Aguade lagen, werden onttakeld. De 
Portugeezen gaven de pogingen tot doorbraak voor dit seizoen op; 
de taak van Roothaas was afgeloopen. 

Op verzoek van Van der Meyden had hij reeds den 9^^" April de 



*) Gen. Miss. 14 Dec. 1658 spreekt van „14000 "g en naar advenant scherp." 



189 

Leeuwin naar Barcelor gezonden om rijst voor Ceylon te halen en 
op den avond van den 18'° vertrok hij zelf met vier schepen, alle 
militairen, overloopers en gevangenen medenemend, naar Ceylon. ^) 
Van Leenen werd achtergelaten om op den vijand, die nog niet al 
zijn schepen onttakeld of de rivier op gesleept had, te passen. Zoodra 
hij zag, dat de vijand zijn laatste schepen „disarmeerde," moest hij 
den commandeur volgen met Tholen, en Rins Jansen achter laten 
om nog tot 2 of 3 Mei voor de bhare te blijven kruisen. 

Twee dagen na 't vertrek van den commandeur kwamen nog 
30 a 35 fregatten, waaronder 12 oorlogsbodems uit Goa's bhare om 
naar 't noorden te ontkomen. De kruisende jachten dreven hen 
binnen de rivier Chapora. Toen de laatste jachten der vloot ver- 
trokken waren, beproefden zij nog hun reis noordwaarts te vervolgen, 
maar de „contrarie" noordwestenwinden dreven hen terug, zoodat 
zij in de rivier of binnen Goa's bhare werden terug gedreven, ^) 

Roothaas ontmoette voor Cotchin, 26 April, het jacht Ter Veer, 
komend van Ceylon. Hij gaf het bevel tot 8 a 10 Mei voor de stad 
op schepen uit het noorden te kruisen en over Tutucorijn met be- 
velen van Eduard Ooms terug te keeren. In Calecoelan bezocht hij 
het daar reeds jaren resideerende opperhoofd Reinier Serooskercken, 
met wien hij besprekingen hield over een eventueelen aanval op 
't portugeesche Coelan, door de vloot van 't volgende seizoen. Den 
2den f^gj kwam hij met 3 schepen ^) voor Gale. De meegevoerde 
soldaten werden er uit gelicht en dadelijk buitenom ter versterking 
van het belegeringsleger naar JafFanapatnam gezonden. ^) Vier dagen 
later kwam Van Leenen met Tholen voor Gale en den IS'*'" ook 
Rins Jansen met de overige schepen der blokkade-vloot. Roothaas 
was toen reeds met zijn Phenix in gezelschap van de fluit Venenburgh *) 
op weg naar Batavia, voor welke stad hij den 4'^'° Juni 1658 zijn 
rapport aan Gouverneur-Generaal en Raden onderteekende. ^) 

') Volgens zijn order van Van Goens had Roothaas 15 April moeten vertrekken. 

2) Missive van Pietcr van Zantvliet uit Wingurla naar Batavia 4 juli 1658. 

^) Phenix, Zierikzee, Weesp. Terschelhng en Leeuwin kwamen 3 Mei aan. (Gaelse 
Missive van 8 Mei 1658 naar Batavia.) 

*) Vertrokken 10 Mei. (Gaelse Missive van 20 Juni 1658 naar Batavia.) 

^) Roothaas deelt in zijn rapport mee: Soude oock nae de consonante verclaringh 
van vele nautrale personen [de vijand] in alle dese 4 bataljes 700 man verloren 
hebben. Zijn eigen verliezen, toch zeker gemakkelijker te constatecren geeft hij niet 
op. Van Goens in zijn Missive van 6 Juli schat het verlies der Portugeezen voor 
Goa op ± 450. 



190 

Tiada ulasan:

Catat Ulasan

220

220 4. De hoogc officieren als is den gouverneur, cap* moors, Viadoor de Fazendo tot cappiteijnen in cluijs, sullen met haer teijckens u...

CATATAN POPULAR