160 zecbastion („een lant- ende zeepunt",) waren zeker 30 rijnlandsche voeten hoog en dus niet te beklimmen. Na 't verlies van Colombo was dit laatste bolwerk der portugeesche macht op Ceylon, door Antonio d' Amaral y Menezes nog versterkt en de muren tot wel 15 a 16 voet dikte verzwaard, zoodat het slechts door „bezonder gewelt van schieten en werpen van granaden ofte met uythongeren" tot overgave zou zijn te dwingen. En 't uithongeren zou niet te lang kunnen duren. Want door 't snelle opmarcheeren der Nederlanders was al het gepeupel uit de stad en de omliggende gehuchten „hol over bol" in de stad gevlucht. Deze hadden na de verovering der stad de wijk in het kasteel genomen, zoodat er 5 a 6 duizend menschen zich binnen de beperkte ruimte ophielden. Onder dezen waren ongeveer 1000 Portugeezen en een aantal gewapende „toepassen" (kleurhngen). Dat was Van Goens echter toen nog niet bekend en hij achtte het later een zegen, „dat God de Heere" hem dat „doenmaals heeft verborgen gehouden", daarbij anders „zwaericheyt gemaect zou hebben, zoo machtige vyand in haer eygen nest te gaen bestoocken." Maar nu, de macht van den vijand niet bekend zijnde, werd na 't veroveren van de stad, tot de insluiting van het kasteel overgegaan. Aan de noordzijde voerde Jan van der Laan het bevel, in 't zuiden leidde de admiraal zelf den aanleg der werken. Het was graven zoo snel als maar mogelijk was, om het kasteel met een wal te omgeven en daardoor de belegeraars te beveiligen. Na hard werken, verlies van eenig hollandsch, veel meer inlandsch werkvolk en van veel gekwetsten kwamen de gravers 30 April „rondom aen malcanderen". Intusschen moest het kasteel ook aan de zeezijde worden afgesloten. Twee toegangen leidden uit zee naar de stad. Van het zuiden langs een geul tusschen Ceylon en 't eiland Ouratura (later Leiden); van 't westen tusschen genoemd eiland en Caradiva (later Amsterdam). Op een eilandje, Kays of St. Franciscus (later Hammen Hiel), midden in de laatste straat had Antonio d' Amaral y Menezes nog niet lang geleden een fort doen bouwen, om dien toegang af te sluiten. ^) De kleine jachten, juist van Manaar gekomen, met zooveel mannen als hij missen kon, had Van Goens na de verovering der stad onder ^) Baldaeus, Ceylon, p. 155. 161 bevel van Cornelis Rob en den kapitein Petrus Wasch afgezonden naar beide naastliggende eilanden om het fort te beschieten. Maar in de hechte muren was geen bres te maken. En toch, een lange belegering was niet gewenscht. Want veel volk kon er niet gemist worden. Immers was nooit uitgesloten, dat Raja Singha alleen of met portugeesche hulp vijandelijkheden begon, of dat een aanval werd gedaan op Manaar, met slechts 60 van de slechtste soldaten bezet. Dan zou er hulp moeten worden gezonden van voor }afiFana- patnam. 't Was ook wenschelijk, dat de schepen, die naar Kaijs gezonden waren, terugkeerden om JafFanapatnam af te sluiten, dat nog altijd toevoer kreeg van de eilanden, wat door gebrek aan schepen niet kon worden verhinderd. De komst van het jacht Naarden ^) buitenom bracht de secrete vergadering er toe 8 April te besluiten eerst tegen Kays „iets forcelyck te ondernemen, 'tsij dat men 't selve door cracht van canon off wel door stormen na gemaeckte bressen sal trachten te dwingen." Daarna zou alle kracht tegen 't kasteel van Jaffanapatnam worden aangewend. Zoowel de admiraal als Van der Laan boden zich aan om den aanval op Kays te leiden, waartoe de eerste werd aangewezen, 't Bevel voor 't kasteel bleef den tweede toevertrouwd, die zich moest beijveren „met de bequaemste afsnydingh het leger vast te maecken, sonder vooreerst andere cracht te doen dan haer de neus te doen binnen houden." ^) Uit de Naarden werden zes twaalfponders gelicht en twee halve kartouwen, ^) zoodat er met een reeds aanwezige tienponder negen stukken, waaronder zwaar geschut, tegen het fort werden aangebracht. Den 19'^*° April, na een zeker niet zeer effectvolle beschieting (de muren waren te dik en de distantie van de beide eilanden af te groot, ^) begon Van Goens al de overgave te eischen. De bevelhebber Hieronimo de Paiva antwoordde, dat hij de hem toevertrouwde vesting voor zijn koning zou verdedigen tot zijn laatsten druppel bloed. ^) ^) Het jacht was 28 Maart van Manaar te Colombo aangekomen. (Missive 30 April 1658.) -) Resolutiën van de Vergaderingh van Maendagh 8*° April 1658. Aanwezig: Van Goens, Van der Laan, Gluwinck, secr. van Valckenburgh. ^) Een half kartouw is een stuk van 27 pond. (De Jonge. Gesch. v. h. nederl. Zeewezen I, p. 282.) *) Baldaeus, p. 156. Van Goens in zijn missive van 6 Juli echter zegt, dat de kanonnen „vrijbres" hadden gemaakt. ^) Zie de opeischingsbrief en 't antwoord, Baldaeus, p. 156. AALBERS, O.-I. Compagnie. 11 162 Dan bleef er niets anders over, dan met de schepen door schans- korven en borstweringen versterkt een stormaanval te wagen, want Kaijs moest veroverd. De dorst kwam den belegeraars te hulp. Het fort had geen putten en slechts een beperkten voorraad water in bakken, die door de granaten gedeeltelijk waren vernield. Zoo wachtten de Portugeezen den storm niet af. Den 26^"° April gaf het fort zich over. Het garnizoen mocht uittrekken „met haer geweer, brandende lonten, kogels in de mont." Voor de 5 officieren en een priester was overtocht naar Goa bedongen; de 95 overige Portugeezen zouden naar Europa worden gebracht. De buit beteekende niet veel. 1 1 stukken van middelmatig of klein kaliber (4 — 16 pond), kruit, kogels, degens, pieken, musketten en andere wapens of uitrustingsstukken, ongeveer 50 duizend pond rijst en padi, wat peper en 15 slaven. ^) Den Zondag na de overgave werd door Baldaeus de „Dankzeg- ginge" gedaan naar aanleiding van Ps. 46 : 8. „De Heere der heer- scharen is met ons, de God Jacobs is ons een hoog vertrek." Nu de kans op ontzet was verminderd, zond Van Goens een eisch van overgave naar 't kasteel, waarop hij ten antwoord kreeg, dat de belegerden „als ware Portugezen geresolveert waren met het casteel het leven te verliezen." Zoo moest dan tot scherpere belegering worden overgegaan. Uit de schepen, waarbij zich nog gevoegd had de buiten Ceylon omge- zeilde Goes, werden de zware stukken gehaald en 8 batterijen met 24 stukken werden rond het kasteel opgeworpen. Daarmede kon evenwel weinig worden uitgericht, want met het buskruit moest zuinig worden omgegaan. Gedurende één maand werden zelfs niet meer dan 30 schoten gelost. Nadat de naar Coromandel afgezonden boot Palleacatte met nieuwen voorraad was gekomen, werden met „ongelooffelijcken arbeyt" twee batterijen in zee uitgebouwd tegen- over de zeebastions. Terwijl men met dien arbeid bezig was, kwam er met een visschers- thony van Colombo over Manaar een verontrustend bericht. De in M Inventaris van 't gene naer de Veroveringh in 't fort Cays bevonden is. Get. 26 April. Pieter Berckhout, Lucas van der Dussen, Isbrandt Godsken, Gom. Valckenburgh. 163 Wingurla afgezette resident Leendert Jansz ^) met de Goutsbloem op weg naar Batavia ten zuiden van Gale geland, had persoonlijk aan Eduard Hauw te Gale gerapporteerd, dat er binnen Goa eenige fregatten werden klaargemaakt en met wel 1000 Portugeezen en gewapende toepassen werden bemand om Jaffanapatnam te ontzetten. In „bekommer lyke letteren" had Eduard Hauw geschreven naar Van der Meyden, en deze had dadelijk een visschersthony afgezonden om Van Goens met het bericht in kennis te stellen. ^) ,,Om onder d'onse geen flauwe herten en de vyant door het aan- brengen van eenige spien geen meerder moet op haer secours te veroorsaecken", gaf Van Goens eerst alleen aan Van der Laan kennis van het bericht. Met hem overlegde hij, onmiddelHjk naar Kays, Manaar en de voor Negapatnam en Tutucorijn kruisende jachten bericht te zenden en Van der Dussen af te vaardigen naar Punte Pedras om daar met Cornelis Rob de wacht te houden, de beste landingsplaats nabij Cotjar „af te speculeeren" en er de prinsen vlag te hijschen. Daar zou het uit Gale verwachte schip Worcum ^) post- vatten om op 't aankomen van den vijand te letten. *) *) Zie beneden Hoofdst. VIII. 2) Missive uit Gale naar Batavia, 20 Juni 1658 en uit Colombo 15 Juni 1658. ^) Worcum was 15 Mei van Goa's bhare te Gale gearriveerd (Missive van Colombo 15 Juni 1658) en 31 Mei met 200 soldaten naar Jaffanapatnam vertrokken. *) Resolutiën van Saterdag 25 Mey a° 1658. Secrete Vergaderingh. Aanwezig: Van Goens, Van der Laan, Van der Dussen (vóór 25 April teruggekeerd uit Suratte) secr. Valckenburgh. Van Goens schreef 6 Juli over deze zaak naar Batavia .... „de mare van ecnich notabel acncomend secours van Goa tot ontset van Jaffanapatnam afgesonden Dit gerucht was verbreyt door den coopman Leendert Jansz, dato 3 Meij van Wingurla ende Goa's bhare gescheyden ende op Gale acn den coopman Hauw gerapporteert, die sulcx met becommerlycke letteren den gouverneur Van den Meijden heeft aangeschreven ende denselven acn my met een visscherstony over Manaer, om wel op hoede te wezen. Maer docht ons alhier, dat onse scheepen den 3den Mey van Goa gescheiden zijnde ende wij versekert waren, dat geen galjoens door haer nederlage ende quaet genoten tractement (zie beneden Hoofdstuk VII) van d' overige ons conden bijcomen, dat de vreese voor fregatten bespottelyck was. Niettemin is dese vreese oorsaeck, dat de scheepen Goutsbloem ende Vlieland (tegens mijn ordre wegens 't emplooy der schepen) op Ceylon nog wat opgehouden sijn". Ook de Vogelensangh en de Saphier voor Coromandel bestemd, werden tot 6 Juni vastgehouden en ecnig volk van de buiten- wachten naar binnengetrokken (Missive van Colombo 25 Juni 1658):.... Middeler- wijl is van al dit gerucht macr verstaen, datter 40 fregatten op Coutchin waren ver- schenen en is de rest in roock verdwenen." Uit deze laatste zinsnede zou men kunnen afleiden, dat de Portugeezen toch wel aan een secours gewerkt hebben, maar te laat. 164 Ook binnen de vesting scheen men bericht te hebben ontvangen van aanstaande hulp. Door den bevelhebber van het kasteel, Joan de Mello, was 12 Mei een boodschapper met een brief afgezonden naar den „cap.° generael van navale macht, die dese plaatse comt secoureeren." ^) De benauwdheid en het gebrek, waarin de bevel- hebber zich bevond was, volgens dat schrijven, niet om uit te spreken. Volk had hij genoeg. Als hem maar bericht werd, waar de ontzet- tingstroepen zouden landen, zou hij eenige van zijn soldaten uitzenden om de hulpbenden te begeleiden. Liefst zou hij een landing zien, zoo dicht mogelijk bij de vesting. De Portugeezen zouden dan de Hollanders „in 't midden gecregen hebbende door Godes hulpe tot een geheele ruyne brengen .... tot Godes glorie, eere des Conincx en der Portugeze natie." Van ontzet werd nooit vernomen maar van overloopers wel, dat er binnen het kasteel een „pestilentiale siecte begon te raseren en veel menschen wechnam." Maar de vijand bleef hopen op verlos- sing en zelfs op wraak. Uit een onderschepten brief bleek, dat de Portugeezen aan de winnende hand komende voornemens waren alle Nederlanders over de kling te jagen. ^) Daarom besloot Van Goens bij de aanstaande bestorming „alles wat van 't spex geslacht wapenen droech" te vernielen. Zoover is het niet gekomen, 's Avonds, 21 Juni, ontving Van Goens een brief uit het kasteel met verzoek voor dien nacht een wapenstilstand te sluiten en den volgenden dag afgevaar- digden te ontvangen om te zien tot een verdrag te komen. Dit werd in zooverre toegestaan, dat het kanon zou rusten tot 's morgens negen uur, maar dat men aan de werken zou blijven arbeiden. Den volgenden morgen verschenen drie aanzienlijke Portugeezen. Zij vroegen vrijen uittocht met al hun goederen, slaven en twee stukken geschut, 't recht van verkoop hunner vaste goederen en meer „ongehoorde dingen." Van Goens liet hun door gecommitteerden weten, dat daarvan geen sprake kon zijn. Zij konden als soldaten uittrekken, de officieren en gehuwden tot bevelvoerende kapiteins En is misschien het „bespottelyck vinden" van Van Goens niet een opmerking ge- grond op latere feiten? De resolutiën van 25 Mei toonen een bezorgdheid geUjk aan die van Hauw en van Van der Meijden. ') Copie van den origineelen brief en het translaat op het Algemeen Rijksarchief. ^) Misschien is hiermede bovenbedoelde brief en de daaruit aangehaalde zin bedoeld. 165 incluis konden overtocht naar Goa krijgen; de rest bleef gevangen, tot zij naar Europa gebracht konden worden. Van hun bezittingen zouden zij slechts mogen meenemen, wat „wij uyt onze discretie haer zouden toestaen." De gezanten deden daarop „groote instantie" om den veldoverste zelf te spreken, maar die was daarvoor niet te vinden, voordat het verdrag van overgave op de gestelde conditiën was geteekend. Nog dienzelfden 22^'^° Juni had de onderteekening plaats. De voorwaarden van overgave waren heel wat harder, dan die waarop Colombo had gecapituleerd. ^) Den 23^'^° Juni werden de sleutels van het kasteel overgeleverd aan Jan van der Laan, en trokken de Portugeezen er uit. Buiten alle verwachting verlieten 3500 personen het kasteel. Van hen waren 800 blanke Portugeezen, onder wie 60 priesters; 200 blanke vrouwen ; de overigen waren toepassen, kaffers, malabaren, slaven, slavinnen en dan een droeve schare van niet minder dan 1200 zieken, wijven, kinderen en dergelijk „onnut gespuys van menschen." Gestorven of gedood waren tijdens het beleg 2170 personen. ') Terwijl de Portugeezen het kasteel ontruimden, liet Van Goens de nederlandsche vlaggen en vaandels er op plaatsen en met kanon- salvo's begroeten. Maar hij liet het nog niet bezetten. Eerst drie dagen later trokken 250 man binnen, de rest bleef in de stad „uijt vreese van een zieckte te veroorsacken, soodanig beestachtich vuyl hadde deesen grooten hoop daerin gewoont." „Dusdanich is d'E. Comp.^ (door Godes besondere genade) heer van 't coninckrijck Jaffanapatnam ende dominateur van 't costelycke eylant Ceylon geworden, waervan nu den geheelen paepsen aenhangh met alle haer afgoderijen verdreven is." Zoo triomfeerde, trotsch op zijn succes, de calvinist Van Goens. Voor Woensdag 26 Juni schreef hij een dankdag uit te Jaffanapatnam en tegen den 7*^^" Augustus één voor geheel Ceylon. Baldaeus zocht weer in het Oude Testament een toepasselijken tekst: „En Mozes bouwde een altaar en hij noemde deszelfs naam: De Heere is mijn banier." (Ex. 17 : 15). ^) Zie het verdrag Bijlage IV. -) Van Goens bericht, dat 400 Portugeezen gesneuveld of gestorven waren. Dan zouden er (met de 800, die uittrokken) 1200 geweest zijn. Van Goens spreekt echter Vcin een bezetting van 1000 man en 7 a 800 toepassen. Van die laatsten moeten er dan meer dan de helft zijn omgekomen, daar er maar 300 uittrokken. 166 De buit was niet zoo groot als men verwacht had. Hij werd ge- schat op een waarde, alles samen genomen, van ƒ43291 : 16 : 2, waarvan alleen het goud en zilver, de juweelen en contanten, ƒ33956 : 1. bedroegen. ^) De verovering van de drie sterkten had tot nu toe bijna 10 ^Iq van de europeesche manschappen het leven gekost. Den ó'^^" Juli waren er 98 gestorven en ongeveer 100 inlandsche koelies, terwijl er in 't ziekenhuis nog 5 lagen, „die 't Lijff daer niet apparent" waren „door te halen." De vijand daarentegen had op Manaar, Kays en JafFanapatnam aan gevangenen verloren ongeveer 1000 man en aan dooden 560 „blancke specken, buijten toepassen, vrouwen, kinderen, slaven, etc, soodat met de victorie van Goa ^) omtrent 2000 specken in de kaers gevlogen" waren. Het groot aantal gevangenen bezorgde den admiraal niet gcringen last. Hij zat er mee „beswaert ende verlegen". Hun invloed op de inlanders kon gevaarlijk worden en voor de Hollanders, minder in aantal dan zelfs de gevangen blanke Portugeezen, was de bewaking een zware taak, te meer daar het een weerspannige bende was. ^) Het verdrag van overgave hadden zij geschonden door zooveel goud en zilver mee te nemen, als zij bergen konden; daarom waren zij bij het uittrekken aan den lijve gevisiteerd geworden. Die visitatie had het meeste bijgedragen tot de som van ruim ƒ33,000, die aan edele metalen en juweelen was buitgemaakt. *) Zelfs was er onder de gevangenen ') Behalve 't goud, zilver, juweelen en contanten was er gevonden: zilverwerk, spiegels, suiker, borax, comijn, caatsja (Hobson-Jobson, s.v. catechu, cutch, caut.) salpeter, tarwe, harpuijs, „chaye" (een verfstof), ijzer, staal, rijst, padi, peper, olifants- tanden, coperwerk, klokken (16*, geschut (24 metalen, 26 ijzeren I, kanonscherp, lijf- eigenen (608 1, olifanten [9 met tanden, 27 „alias ofte manneckens sonder tanden", 48 wijfjesl, porcelein (640 stuks), musketten (579), haken (125), loopen (322), degens (81), pieken (233), pardilanen Ipardisanen?) (8), hellebaarden (15), ammunitie (kogels, spijkers, vuurpotten enz.), scheepsgereedschappen, martavanen (watervaten). 87 slaven werden onder de hoofdofficieren verdeeld. (Extract uyt de Leegemegotieboecken. In de stadt jaffanapatnam pr» Augustij anno 1658. -) Zie beneden Hoofdst. VII. ^) 't Geheele getal gevangenen bedroeg 800 van JafFanapatnam + 95 van Kays + 194 van Manaar = 1089 en bovendien nog 200 vrouwen. ■*) Het eerste onderzoek naar den buit had aan goud, zilver en juweelen ongeveer ƒ30,000 opgeleverd, zooals Van Goens meedeelt in zijn missive van 6 Juli er bijvoegend: „ofte ons den tijt eenige verholen buijt sal aenwijzen, blijckt mij noch onbekent .... waerop UEd. vast gelieven te verlaten, dat er met mijn wille niet een stuyver sal vermindert werden." De meubelen en kleederen waren volgens den algemeenen 167 een complot ontdekt om Van Goens en Van der Laan om te bren- gen. ^) Tegen zijn zin was daarom de bevelhebber gedwongen hun alle „cortosije" te ontzeggen. Hij was er dus op uit zich zoo spoedig mogelijk van die gevan- genen te ontdoen. Eerst van de gevaarlijksten, de papen, die naar Coromandel gestuurd werden en daarna van den aanvoerder en van hen, die aan het complot hadden deelgenomen. Deze laatsten werden met een andere bezending van de aanzienlijksten ten getale van 300 op 't schip Naarden in 't begin van Juh naar Batavia gezonden. ^) Op de bijgevoegde lijst werden de samenspanners met een teeken gemerkt en Van Goens zou wenschen, dat zij te Batavia bleven tot nader bericht van hem, om hen zoo lang als „koeyen met de kwaet- ste horens" nog wat van de kust van India verwijderd te houden, In 't bijzonder werden voor gevaarlijk gehouden Anthonio Mendes d'Orangie, op Manaar gewond, en aan wien „onse maximen meest bekent sijn ", en Gaspar Figeiro, „die d'onse wel eer de borst heeft opgehact ende 't vel van andere heeft afgetrocken." De Hooge Re- geering moest zich niet laten bewegen hen met een beroep op hun rang naar Goa te zenden, maar hen naar Europa transporteeren, „alsoo waerachtich is, dat een van dese ons quader is dan 5 andere, die onse maximen niet kennen, ende wij hun nae 't vader 1' zendende van nu af oock nog wel 3 jaren sullen quyt sijn." ^) Den 25^**" Juli werden met de Leeuwin, van Colombo ontboden. artikelbrief ter plundering overgelaten aan de officieren en soldaten. (Aangehaald in de Instructie voor Roothaas 1 Aug. 1657). Dat er nog verborgen schatten gevonden zijn. blijkt uit de latere opgave van bijna ƒ34,000 aan goud en zilver. Hoe hiervoor visitatie der eigen soldaten noodig was illustreert het verhaal van J. ]. Saar, die vertelt, dat hij op aanwijzing van een ouden duitschen priester in het klooster uit een kussen ƒ 2000 aan gemunt geld machtig was geworden, die hem voor het scheepgaan bij visitatie werden ontnomen. „Wenn ich es gewuszt hatte wollte ichs ehe ins wasser geschmissen haben" toornt hij nog bij de herinnering in zijn „Ost Indianische Fünfzehn Jahrige Kriegsdienst" 1644-1659. Nürnberg 1662. ^) hebben met bezondere listen toegeleijt mij ende den E. majoor specialijck door moort ofte vergift om te brengen, dat soo claer als den dach blijcken kan." -) Missive van Van Goens naar Batavia 23 Juli 1658. •^) Onder de met de Naarden vervoerde gevangenen werden met name genoemd: De kapitein v. h. kasteel Joan de Mello (jean de Mello Sempayo), die Antonio d'Amaral y Menezes als gouverneur van Ceylon had opgevolgd; Anthony Mendes d'Orange (Antonio Mendes Aranhas) capt.-moor de campo, met zijn huisvrouw, zoon en familie; Leonardo d'Oliveira d'Almedo, viadoor de fasende (opperkoopman) ; 168 weer ongeveer 500 Portugeezen, meest getrouwden met hun vrouwen en kinderen, ^) weggezonden, zoodat er op Jaffanapatnam nog maar overbleven 200 soldaten en nog 300 „alderley Portugees gespuijs," die echter minder te vreezen waren. Verscheidene Portugeezen en een paar honderd „toepassen" waren in dienst der Compagnie overgegaan. Toen Van Goens door de ontboden scheepsruimte zeker was, dat hij zich spoedig van de overtollige gevangenen kon ontlasten, had hij de expeditie voortgezet met een aanval op Negapatnam aan de overkust, bij den ingang van de baai van Tondi. Ter zee was de stad reeds eenigen tijd door een paar kruisende jachten geblokkeerd geweest. Jan van der Laan begon den tocht op 20 Juli met 1 1 vaartuigen en 700 man, de Amboineezen meegerekend. Van Goens zou later volgen. 't Plan was niet om zich „aen Negapatnam ofte St. Thomée zoo te vergapen, dat daerom eenich notabel volck zullen in pryckel stellen maer wel om onze soldaten in gedurige actie te houden." Daartoe zou Negapatnam tot 31 Augustus geblokkeerd worden, met vaste hoop echter, dat de stad dan wel zou zijn gevallen. Zij viel, zoo spoedig zij maar vallen kon. Ter reede aangekomen, zond de commandant den fiscaal Van der Dussen met „favorabele conditien" om de stad op te eischen. Spoedig daarna keerde hij terug Alvo Rodrigo Boralho (Alvare Ruys Borallio). De namen tusschen haakjes zijn ontleend aan Ribeiro, die in zijn Histoire de Ceylon eenige notabele gevangenen noemt. Figeiro was 17 Oct- 1655 door Van der Laan bij Paneture naar Colombo terug- geslagen (Baldaeus, Ceylon, p. 65). Van Goens motiveert zijn meening, dat de twee genoemde gevangenen niet naar Goa moeten gebracht worden, maar naar Europa (zie contract van overgave art. 4) met de niet duidelijke woorden: „soo sullen sij oock stijfF staen op haer qualiteijten ende dat het contract spreeckt van cappiteijnen incluijs, maer dit can volgens onse expresse meningh niet verstaen werden op de reformados („Capiteijnen, reformados bij de Portugeezen genaemt", zegt Baldaeus, Ceylon, p. 127) maar alleen op diegene, die zij „vivos" noemen ofte in actueelen dienst zijn." Ribeiro, p. 341, stemt overeen met 't verslag van Van Goens aangaande de slechte behandeling der gevangenen, maar de reden ervoor geeft hij niet op. Hij is hevig verontwaardigd want: „il y eut un de leurs officiers assez insolent, pour vouloir fouiller les femmes, sans avoir aucun égard pour celles, que leur naissance devait faire considérer plus que les autres, et il neut point de honte de violer les lois de la pudeur, cequi nous fit plus de peine que la perte de nos amis, de nos bien et que toutes les misères que nous avons souÉFertes." ^) De Leeuwin kwam 31 Juli voor 't fort Geldria op de kust van Coromandel aan met 449 portugecsche gevangenen n.1. 193 mannen, 156 vrouwen en 100 kinderen. Missive van 't fort Geldria naar Batavia 2 Aug. 1658. 169 met gecommitteerden van de Portugeezen en 23 July reeds was op het schip Ter Goes het contract van overgave geteekend. Zonder een schot te lossen was de Compagnie meester geworden van Negapatnam. De kleine bezetting van 367 Portugeezen trad uit de poort en legde voor het groote vaandel der Nederlanders haar wapenen neer. ^) De groote stad met haar 12 bastions zou door zoo'n klein garnizoen, slecht voorzien van wapens en amunitie als het was, ^) niet te verdedigen zijn geweest. De voorwaarden van het contract waren bovendien vergeleken bij die van Colombo en JafFanapatnam zeer gunstig. ^) De soldaten mochten uittrekken met militaire eer, slaande trom enz., de officieren tot vaandrig incluis bleven in 't bezit van hun degens, en bij vertrek zou aan alle Portugeezen het zijdgeweer worden teruggegeven. De bewoners van de stad, ook de geestelijken, zouden met al hun bezittingen, wapens uitgezonderd, vrij en onge- molesteerd blijven tot den laatsten September of October. Daarna zouden zij naar Goa of noordelijker worden gebracht. Bij hun vertrek mochten burgers en geestelijken al hun bezittingen en slaven, ook ^) Missive van Van der Laan aan den Gouverneur Laurens Pit 25 Juli 1658. Van der Laan zegt den 12den Juli voor Negapatnam verschenen te zijn. Van Goens noemt den datum van vertrek uit JafFanapatnam twee maal 20 Juli. Daar van geen landing of belegering sprake is, de gevangenen eerst ingescheept moesten zijn en de afstand tusschen JafFanapatnam en Negapatnam met een schip in 10 uren was af te leggen, zal 20 Juli wel de datum van vertrek en misschien ook van aankomst geweest zijn. Baldaeus, Malabar en Coromandel, p. 155: „ik ben 's middags ten 11 uuren 't zeyl gegaen van Jaffanapatnam, dat wij ten 4 uuren al onder 't Landt waren, ende 's avonts ten 9 uuren voor Negapatnam al op Anker lagen. " ^) Memorie van alle amonitie van oorloge, scharp, cruyt enz. welcke bij 't over- geven der stad Negapatnam door d' onderschr. gecommitteerdens bevonden is ge- vonden. 26 July 1658. Get. Hendrick Gluwinck en Adriaen van Nieuwlant. — De buit was niets anders dan oorlogsmateriaal; 51 stukken geschut van allerlei kaliber, 348 musketten, 189 kardoezen, 610 vuurpotten, 854 kogels, 518 pond buskruit. Van waarde waren de 18 kerkklokken. ^) Articulen van Verdrag ende accoord gemaakt tusschen pater Emanuel Carvalho van d' ordre Jesus, Louis de Quintal Pereiro, capt Diego Botelho, capt Emanuel de Almedo etc. als gemachtigde van Gaspar Alfonzo de Carvalho, cap» Moor en com- mandant van de gefortificeerde stad Negapatnam, in den name van Zijn May' den coninck van Portugaal ter eenre, ende d'h' Joan van der Laan commandeur ende majoor van d'Nederlantse crygsmacht onder 't beleijt van d'E.hr Rijckloff van Goens, Raad-Ordinaris van India enz. ende gevolmachtigde van zijn opgemelde Ed« tot naervolgende, in de name van d'Ho. Mo. H^^n Staten-Generael der Vrij Vereenigde Nederlanden, ende dEd-h"" Gouvernf Generael, ende Raden van India enz. Bij ampliatie van het verdrag werd nog toegestaan, dat allen blanken Portugeezen bij vertrek het zijdgeweer zou worden teruggegeven en dat de Commandant Gaspar Alfonso de Carvalho met zijn familie zou mogen vertrekken, waarheen hij wilde. 170
ORANG-ORANG YANG MENYOKONG
Selasa, 7 April 2020
160
Langgan:
Catat Ulasan (Atom)
220
220 4. De hoogc officieren als is den gouverneur, cap* moors, Viadoor de Fazendo tot cappiteijnen in cluijs, sullen met haer teijckens u...
CATATAN POPULAR
-
Kenapa isu anjing menjadi sensitif. Sudah lama aku perhatikan bagaimana orang melayu berhadapan dengan isu anjing. Dalam hal ini aku akan m...
-
Oh sudah lama rasnya saya tidak menjengok blog ini. Ketika itu lihat orang ada akaun blogspot.my rasa nak ada akaun blogspot jugalah. Ketik...
-
20 De hechtste en grootste schepen werden gebruikt voor de vaart tusschen Indië en patria. Gewoonlijk verlieten per jaar drie vloten het...
-
40 Volgens art. 3 van het verdrag van 1638 zouden de Nederlanders de veroverde sterkten op Ceylon bezetten op kosten van den maharadja „...
-
30 die grondige wetenschap ende kennisse heeft van boecken ende reeckeningen ende die oock becleet sy met gerequireerde achtbaerheijt en...
Tiada ulasan:
Catat Ulasan