ORANG-ORANG YANG MENYOKONG

Selasa, 7 April 2020

170

170 

wat tot 30 September nog in schepen werd aangebracht, zelfs kerk- 
sieraden, misgewaden en alles, wat tot den kerkdienst behoorde, 
meenemen. Alleen de klokken moesten zij achterlaten. 

Met de verovering van Tutucorijn, Manaar, Jaffanapatnam en 
Negapatnam had Van Goens het eerste gedeelte van zijn opdracht 
als veldoverste en admiraal verricht. Dat hij het had kunnen doen, 
zonder door ontzettingspogingen van de Portugeezen gestoord te 
worden, dankte hij voor een deel aan het optreden van Roothaas 
voor Goa. Zien wij in een volgend hoofdstuk, hoe het dien com- 
mandeur en zijn vloot was gegaan sedert het vertrek van den 
superintendent. 



/^/7 1 i-cn-n 



Min ^JiUren. . 



€en Galfoat 



77u) f Schip van boyen üi Iüuul 




Fluiten en een galjoot. 
Uit Witsen, Aloude en hedendaegsche scheepsbouw. (Amsterdam, 1671.) 



HOOFDSTUK VIL 



ADRIAAN ROOTHAAS VOOR GOA. 



In den „breeden raets Vergaderinge" van Donderdag 29 November 
1657, in het schip Ter Goes voor Goa's bhare gehouden, was vast- 
gesteld met welke macht Adriaan Roothaas de Portugeesche haven 
zou bUjven bezetten. 

Het waren 9 schepen, bemand met 1021 koppen ^), gewapend met 



^) Zijn eigen 935 man versterkt met 86 soldaten van Van Goens. (Volgens 't 
Rapport aen den Ed. H^ Joan Maetsuycker, gouV Generl ende de E.E.hfen Raden 
van India, gedaen bij Adriaen Roothaes, command"" over de oflF en defencive vloote 
voor Goa's bhare. Actum Phoenix voor Batavia dezen 4^" Juni 1658, waaraan dit 
hoofdstuk voornamelijk is ontleend.) De missive van Van Goens 6 Juli 1658 spreekt 
van 't achterlaten van 10,000 % buskruit, 115 soldaten en 24 stukken geschut uit zijn 
eigen schepen. 



172 

355 stukken grof geschut. ^) Als admiraalschip fungeerde de Phenix 
met 49 stukken, waaronder de zwaarste, twee „metale france cartou- 
wen," schietende 36 pond. 

Volgens de laatste van de overloopers verkregen berichten kon de 
vijand hier 10 schepen tegenoverstellen met 296 kanonnen. ^) 



^) De geheele macht bestond uit de volgende schepen: 

1 schip Phenix 400 last 49 stukken 

1 jacht Ter Tholen 180 „ 39 

1 „ Ter Schelling .... 260 „ 39 

1 „ Vlielant 200 „ 36 

1 „ Zierickzee 200 „ 36 

1 „ Goutsbloem 270 „ 38 

1 „ Weesp 280 „ 38 

1 „ Worcum 180 „ 34 

1 „ Leeuwin . . . . . . 200 „ 26 

9 schepen. '. ~. \ '. '. ^~. . 2170 last~= 4340 ton 335 stukken 

Ter Tholen had bovendien nog 3 „isere bassen" en voor zijn boot 2 „stecnstuckcn." 

Het kaliber der stukken was als volgt: 

2 van 36 pond 101 van 8 pond 

3 „ 24 „ 98 „ 6 „ Samen 335 stukken, waaronder 
14 „ 18 „ 10 „ 4 „ 25 „metale" en de overige „isere 

100 „ 12 „ 2 „ 3 „ stucken." 

1 „ 10 „ 4 „ 2 „ 

(Res. v. d. Verg. van 29 Nov. 1657 en de Lijsten van de navale macht in India 
van 15 Jan. en 11 Dec. 1658. Vgl. jhr. Mr. J. C. de Jonge: Geschiedenis van het 
Nederl. Zee wezen 1, p. 220 vlgg. over de uitrusting der schepen van de Compagnie 
en p. 270 over de uitrusting der schepen van de admiraliteiten ten tijde van den 
slag bij Duins, waarmede die van Roothaas ongeveer overeenkomen.) 
^) De macht van den vijand bestond uit de volgende schepen: 

St. Sacrament admiraalschip 48 stukken (68) 

St. Anthony d'Esperance vice-adm. . . 40 „ (38) 

Bon Jezu de Videgere 30 „ (60) 

St. Francisco 30 „ (40) 

Bon Jezu de Carmel 30 „ (54) 

St. Thomée 30 „ (36) 

St. Philippe Nova (St. Johan Baptist) . 24 „ (36) 

St. Laurens 24 „ (40) 

St. Maria d'Asika 30 „ (34) 

't Pattache (Nosso S^a de Bemedie) . . 10 „ (26) 

Somma 296^ „ (43^ 

De opgave is overgenomen uit de Res. v. d. Verg. van 29 Nov. De ( ) ge- 
plaatste cijfers en namen zijn uit het rapport van Roothaas. De Gen. Miss. 14 Dec. 
1658 neemt de cijfers van Roothaas over en niet die van de Resolutie. Roothaas 
heeft zijn opgaven ontleend aan „geintercipieerde brieven." 't Is natuurlijk mogelijk, 
dat Roothaas tot zijn meerdere glorie, evenals de Hecren in Batavia, de grootste 
opgaven vermeldt, en ook, dat de Portugeezen de brieven met opzet lieten „interci- 
pieeren " om de Hollanders een groot idee te geven van hun macht, en hun vrees 
in te boezemen. In de vier gevechten, die geleverd zijn hebben de Nederlanders de 




Het schip „De Phenix ". 

Fragment van een schilderij van W. v. d. Velde de J. te Buda-Pest. 



173 

In het midden voor de bhare lag Roothaas met de Phenix, Weesp en 
Zierikzee. De vice-commandeur Adriaan van Leenen sloot den noor- 
delijken uitgang bij 't kasteel Aguade af om in- of uitgaande fregatten te 
keeren. Hij had het bevel over de schepen Tholen, Ter Schelling en 
Leeuwin. In het zuiden tegenover 't kasteel Mormogan hield de schout- 
bij-nacht Rins Jansen de wacht met de Vlieland, Workum enGoutsbloem. 

Zoolang er eenige grond was om te vermoeden, dat de vijand een 
uitval zou wagen, moesten de schepen bij elkaar blijven en mocht er 
zelfs geen naar Wingurla gezonden worden om ververschingen te 
halen. Als er water noodig was, moest het door inlandsch vaartuig 
gehaald worden. 

„Soo den vyant uijtcomt, dat God tot grootmakingh zijns H. naems, 
eere van 't vaderlant, welvaren der Comp^ en 't onser salicheijt ge- 
nadich verleende", moest zooveel mogelijk gehandeld worden naar 
de „Ordre om bij uytcomste van den vyant ('t welck na alle appa- 
rentie 's morgens met de lantwint sal geschieden) te houden enz." 

Zoodra bemerkt werd, dat de vijand dan 's morgens met den land- 
wind aanstalten maakte buiten de bhare te komen, moest de vloot 
de ankers lichten en zich met den meestal noordwest wordenden 
wind zachtjes laten afdrijven, liefst tot bezuiden de Copers eilanden. 
Als het gelukte den vijand zoo buiten en bezuiden de bhare te lokken, 
zou dat een begin van overwinning zijn. Want met den noordwesten 
wind zou de vijand niet gemakkelijk terug naar Goa kunnen ontsnappen. 
Was de vijand zoo een mijl of meer uit de kust gelokt, dan zou de 
geheele vloot verdeeld in de drie bovengenoemde eskaders met volle 
zeilen op den vijand afgaan en zich dwars door hem heen slaan. 
Adriaan Roothaas met de Phenix voorop, gevolgd door zijn twee 
andere schepen, moest recht op den portugeeschen admiraal aansturen 
en hem niet eerder de volle laag geven, voor hij dwars op zijn zijde 
was en zeker hem te raken. Met de kanonnen van de andere zijde kon 
dan onderweg den vijand zooveel mogelijk afbreuk gedaan worden. 



zee behouden. De Portugeezen waren in bezeildheid de meerderen; in zeeraanskunst 
en taktiek zeker niet de minderen. Dan moet de grootere gevechtswaarde van de 
Nederlanders den doorslag gegeven hebben. Deze kan bestaan hebben, zoowel in de 
personen als in de betere bewapening. Daarom is in den tekst de opgave van de 
Resolutie overgenomen. 

Ook volgens J. J. Saar, Fünfzehn Jahrige Kriegs Dienst, p. 133, waren de Neder- 
landers door hun handiger geschut en lichtere schepen in het voordeel: „kunten wir 
Ihnen zweimal die volle Laag geben, ehe sie einmahl." 



174 

Rechts van den commandeur, hem zoo dicht volgende, „als soldaat- 
en zeemanschap lijden mach", zou van Leenen met zijn drie schepen 
op den vice-admiraal los gaan, en Rins Jansen aan bakboord op het 
derde portugeesche eskader. 

Zoodra zij op die wijze door den vijand waren heengeslagen, 
moesten de kanonnen direct weer geladen en de vijandelijke vloot 
van de andere zijde doorgevaren worden, altijd met de gedachte 
hem immer meer zuidwaarts te lokken. 

De plaats van den „geprepareerde brander" was bij den aanval dicht 
achter den commandeur aan lij, om „in 't passeeren van des vijants 
admiraal hem den zelven aen boort te smijten". De bemanning moest 
zich met de „chaloup" op 't commandeurs- of een ander schip 
zien te redden. 

Mocht de commandeur komen te vallen, dan moest de kapitein 
van de Phenix, Cornelis Stemper „daerom niet swichten, maer de 
vlagge in behoorlijcke postuer als voorheen laten waijen" en zoo ook 
bij verder sneuvelen van de scheepsofficieren, ieder op zijn beurt, tot 
den minsten officier toe. Zijn plicht getrouw vervuld hebbende zou 
deze dan, „zoo hij capabel" was, 't schip de Phenix ook als schipper 
verder commandeeren. 't Zelfde gold voor de schepen van de andere 
vlagofficieren : geen verandering in de vlaggen, opdat „den vyant 
door alteratie der vlaggen den moet niet mocht comen te wassen". 
Ieder overblijvend officier, die zich na 't sneuvelen zijner meerderen 
wel van zijn taak kweet, zou niet alleen als schipper zijn vaartuig 
verder commandeeren, maar wegens manhaftig gedrag nog met een 
jaar gage beloond worden. ^) 

De vijand was van plan een kostelijk geladen schip naar Portugal 
af te zenden. Natuurlijk zou het bij een uitval de bedoeling zijn, dat 
jacht door de blokkade-vloot heen te brengen. Den commandeur werd 
op het hart gedrukt er wel op te letten, „dat ons de sucht tot den 
buijt niet van de victorie en diverteert." Eerst wanneer van de 
Phenix een afgesproken teeken gegeven werd, zou een aangewezen 
jacht uit de vloot het „prijsken" najagen. Mocht een ander het wagen, 
hem wachtte „ly f straffe en arbitrale correctie." Want hoewel tot 



^) De kapiteins waren : op Weesp, jacop Lippens ; op Zierikzee, Daniel de Vries ; 
op Tholen, Adriaan van Leenen; op Ter Schelling, Daniel de Looper van Middel- 
burg; op de Leeuwin, Jan Lucasz Meeuwen; op Vlieland, Rins Janssen van Amster- 
dam; op Workum, Reinier Reiniersen en op Goutsbloem, Jan Compas. 



175 

reparatie van „'s Comp.^ oncosten den buyt wel comen soude, de 
eere van de victorie moet voorgaen." 

Deze order met de beraamde seinen werd aan alle schippers en 
stuurlieden ter hand gesteld en hun bevolen, die „dickmael door te 
lezen, ja van buijten te leeren" opdat zij bij een plotselingen overval 
te beter op de hoogte van hun plicht zouden zijn. ^) 

Na 't vertrek van Van Goens (9 Dec.) werd Roothaas dagelijks 
bericht, dat de vijand, die behalve zijn groote gewapende schepen 
nog 18 a 20 fregatten zeilree had, van plan was tusschen Kerstmis 
en Nieuwjaar een uitval te wagen. Omdat hij dus iederen dag te 
verwachten was, en opdat hij niet bij zeewind te veel voordeel van 
de kasteelen zou hebben, het Roothaas zijn schepen 1 a IV4 mijl 
buiten de kasteelen in zee zeilen. 

Van die verwijdering van de Nederlandsche vloot van de kust, 
maakte dadelijk een vloot van 18 a 20 moorsche vaartuigen gebruik 
om tusschen de Copers eilanden door dicht langs den wal bij don- 
keren nacht naar Goa door te sluipen. De blokkade-vloot kon het 
niet verhinderen, daar het met zware schepen gevaarlijk was bij 
donkere maan de kust te naderen en het bij den te verwachten 
uitval van den vijand geraden was, geen schepen af te zenden, maar 
zich altijd „by den anderen in postuer te houden." 

Uit Wingurla en van andere zijde kwamen berichten in over een vloot 
van 3 groote schepen met 25 stukken en 20 oorlogsfregatten, die 
uit het noorden de macht binnen Goa zouden komen versterken. 
Op die hulp zou alleen het wachten der Portugeezen zijn. Met zijn 
meeste schepen ging Roothaas op dat bericht kruisen ten noorden 
van de Aguade, den zuidelijken uitgang van de bhare maar matig 
bezet houdend. Daarbij had hij een stille hoop, dat de geringe be- 
waking, den vijand uit zijn hol zou lokken en hem de gelegenheid 
geven hem tusschen twee vuren te nemen. Er kwam niets van. Alle 
berichten, ook die van een aanstaanden uitval, van Wingurla uit 
voortdurend bevestigd, bleken leugens te zijn, opzettelijk te Goa 
verspreid, om de Nederlanders in onrust te houden. 

Den 13^^^° Januari scheen het tot een strijd te zullen komen. Alle 
tien portugeesche schepen en de fregatten heschen hun zeilen, kwamen 
naar buiten — maar lieten onder bescherming van 't geschut der 



^) Deze order werd vastgesteld bij Resolutie van de Verg. van 29 Nov. 1657. 



176 

kasteelen hun ankers vallen. Weer moest er met verlangen ge- 
wacht worden. 

De volgende dagen was er van uitkomen geen sprake. Een hevige 
storm teisterde beide vloten. De Nederlanders verloren ankers, sloepen 
booten en ook de geprepareerde brander ging verloren. ^) 

Eindelijk 20 Januari 's morgens met den dageraad, daar kwamen 
de tien schepen van den vijand vergezeld door 13 a 14 fregatten 
uit de bhare de zee inzeilen. Een groot aantal kleinere vaartuigen 
bezette ten noorden van de Aguade de kust tusschen Barder en de 
rivier Chapora. Roothaas met zijn schepen een kleine mijl ten westen 
van de Aguade gelegen. Het de ankers lichten, vermoedelijk om 
volgens zijn order den vijand meer zeewaarts te lokken. Zonder 
succes. Het werd blakstil, zoodat de vloten op 2 kanonschoten afstand 
van elkaar zonder eenig stuur over de schepen heen en weer bleven 
drijven. Tegen den middag stak de zeewind op en dadelijk stelden 
de Nederlanders hun koers vlak op den Portugees aan, die toen 
ongeveer Va a V4 ™ijl buiten den wal lag. De admiraal van den 
vijand wachtte den aanval niet af, maar week voor den wind, vóór 
de nederlandsche vloot langs terug naar de beschermende kanonnen 
van de Aguade. Te dicht durfde Roothaas niet naderen. Op 9 
vadem diepte gekomen, loefde hij op om in ruime zee te blijven. 
Nu vatten de Portugeezen moed en begonnen van een „onge- 
lofelijke veerte" te schieten. Een matroos op de Phenix werd 
van de groote ra naar beneden en de groote stag (die groote en 
fokkemast verbindt) stuk geschoten. Tegen den avond draaide de 
wind noordelijker en zeilde Roothaas met klein zeil recht uit den 
wal zee in. De Portugeezen hem achterna. Des vijands admiraal, 
meenende, dat de Nederlanders er van door gingen, werd overmoedig, 



^) Het scheepje was van de beide benjaansche kooplieden van Wingurla, Nar- 
sanna en Kitsanna Wey, overgenomen voor 8 a 900 pagoden (1 pagood = ƒ4). 
Daarvan heeft later het opperhoofd in Wingurla Pieter v. Santvliet hun 200 pagoden 
betaald en het overige gekort op hun schuld (zie boven p. 104), wat, zeggen Gouv.- 
Gen. en Raden zeer terecht, met die 200 pagoden ook had moeten geschieden. „Het 
blyckt, dat ons volck in dergelycke zaken doorgaans te veel verkeerde barmherticheijt 
toepassen, sonder te dencken aen het ongelijck, dat sij daermede de participanten van 
d'Ed. Compe aendoen." (Gen. Miss. 14 Dec. 1658.) De incorrecte handelwijze van 
Van Santvliet door Gouv.-Gen. en R. vergoelijkt door te wijzen op de barmhartigheid is 
kostelijk! In Batavia wisten zij toch ook wel, dat zulke incorrecte handelwijzen het 
opperhoofd geen windeieren legden. En of de Heercn Zeventien aan de barmhartig- 
heid geloofden? 



177 

zette alle zeilen bij en deed een schot met los kruit, wat zeggen 
wilde : gaat er niet vandoor. ^) Dat was voor Roothaas te veel. Hij 
was ongeveer 1 Va niijl uit d^n wal, de zon was aan 't ondergaan, 
maar „hoewel de nachtgevechten dangereus sijn en weijnich ge- 
practiseert", hij „kon die trots van ons soo te tergen niet verdragen." 
Dus wendde hij den steven en kwam recht op den vijand aan. Nu 
zocht die Portugees, die zoo „den ronquedoon gemaeckt hadde" 
buiten schot te blijven. Hij liep bij den wind noordwaarts boven 
Roothaas op, zoodat deze hem met zijn kanon niet bereiken kon. 
Maar de volgende schepen onder den vice-admiraal, die geen ge- 
legenheid hadden hun admiraal zoo snel te volgen, misschien ook 
minder bezeild waren, kwamen met de Nederlanders in aanraking. 



S^ S&creunaiff 



^ ^^^^ 




I y Nederlandsch, 



Portugeesch 



I. 20/21 Januari. He phase. 2) 

De St. Anthony van den vice-admiraal passeerde de Phenix van 
Roothaas zoo dicht aan stuurboord, dat de trompen van de stukken 
elkaar bijna raakten. Tegelijkertijd bevond zich aan bakboord een 
ander groot galjoen. De drie schepen brandden bij 't passeeren 
tegelijk hun stukken los, En zoo ging de geheele hollandsche vloot, 



^) .... begon haren admirael den ronquedoon te maeken, smeet alle sijn seijlen 
bij en maekte den jager en schoot met loos cruyt van ons dat soo veel 't zeggen was 
als loopt niet. " 

-) De tusschen den tekst geplaatste figuren pretendeeren niet een volkomen juiste 
voorstelling van de manoeuvres te geven. Daartoe ontbreken in het rapport van 
Roothaas de gegevens, vooral wat betreft de windrichting en het aantal schepen, dat 
aan de gevechten heeft deelgenomen. Zij bedoelen slechts de beschreven bewegingen, 
door de schepen uitgevoerd, duidelijk voor te stellen. 

AALBERS, O.-I. Compagnie. 12 



178 

die achter Roothaas aankwam dwars door den vijand, die zijn admi- 
raal volgde, „en soo wacker door de pieken" moest „dansen." 

Nadat de vice-admiraal de Phenix zoo dicht aan stuurboord ge- 
passeerd was, kwam hij voorbij de vlak op de Phenix volgende 
Zierikzee, die hij met zijn boeg hevig aan de gallerij (die zich aan 
den spiegel bevindt) beschadigde, met zijn boegspriet de vlag van 
achter weg nam en aan welks achterschip hij zich met z'n enterdreg 
vasthechtte. Echter brak de enterketting, zoodat de dreg aan de 
Zierikzee bleef hangen en 't schip losraakte. Maar nu was Weesp, 
het derde schip van Roothaas' eskader bij de hand en klampte de 
St. Anthony met enterhaken aan boord. Tusschen beide schepen 
ontspon zich, voor zij van elkaar raakten een hevig gevecht. 



S^ Sacrament 

Admiraal 



■^^ r>^ Tholen. 




l^temst 



I. 20/21 Januari. 2^ phase. 

Zoo was de vloot éénmaal met „wacker treffen (dat in de doncker- 
heijt des nachts een wonderlijcke vertooninge gaff)", door den vijand 
heengeslagen, 't Geschut werd opnieuw geladen, de schepen gewend 
en weer op den vijand losgezeild, die ten tweede male in een ge- 
lijksoortig treffen zou worden doorgevaren. Maar drie van de neder- 
landsche schepen, Goutsbloem van het derde. Leeuwin van het 
tweede en Weesp van het eerste eskader raakten vermoedelijk bij 



179 

het door den wind gaan, in de duisternis geen vijandelijke van eigen 
schepen onderscheidende, aan elkander en brachten met kanonschoten 
elkaar wederkeerig schade toe. 't Galjoen (voorste deel van het schip, 
onder de boegspriet) van Weesp, werd door de Leeuwin stuk ge- 
varen. En de vijand? Die was er al van door naar zijn kasteelen. 

Yiee-edm .mrr m»^ l'w'M^ nooT de TcosteeUn. 



Fhe/dx 

ZunkxAe 



&1X 

Goudsbloem 



I. 20/21 januari. 3^ phasc. 

Daar werden zijn schepen den volgenden morgen bij zonsopgang 
door Roothaas en de zijnen ontdekt. Wel mocht de commandeur 
zeggen, dat de nachtgevechten „dangereus" waren en hij had er bij 
kunnen voegen niet alleen „weijnich gepractiseert", maar voor hem 
ook weinig praktisch. 

De verliezen op de vloot bedroegen 6 dooden en 14 a 15 ge- 
wonden. De vijand zou volgens geruchten „maer" 1 1 dooden en 
ongeveer 70 gekwetsten hebben gekregen. Waarom die getallen voor 
de vijanden met „maer" moeten worden ingeleid? Vermoedelijk alleen 
omdat de opgaven van de gedoode vijanden altijd veel hooger zijn 
dan die van het eigen volk. 

Eenige dagen later moest de commandeur het weer tot zijn spijt 
aanzien, dat met den landwind nu van het noorden 15 fregatten, dicht 
langs de kust houdend, Goa's bhare binnen zeilden. Bij gebrek aan 
klein vaartuig kon hij het niet beletten. 

Den 27=**° Januari werd de vechtlustige vlootvoogd nogmaals teleur- 



180 

Tiada ulasan:

Catat Ulasan

220

220 4. De hoogc officieren als is den gouverneur, cap* moors, Viadoor de Fazendo tot cappiteijnen in cluijs, sullen met haer teijckens u...

CATATAN POPULAR