170
wat tot 30 September nog in schepen werd aangebracht, zelfs kerk-
sieraden, misgewaden en alles, wat tot den kerkdienst behoorde,
meenemen. Alleen de klokken moesten zij achterlaten.
Met de verovering van Tutucorijn, Manaar, Jaffanapatnam en
Negapatnam had Van Goens het eerste gedeelte van zijn opdracht
als veldoverste en admiraal verricht. Dat hij het had kunnen doen,
zonder door ontzettingspogingen van de Portugeezen gestoord te
worden, dankte hij voor een deel aan het optreden van Roothaas
voor Goa. Zien wij in een volgend hoofdstuk, hoe het dien com-
mandeur en zijn vloot was gegaan sedert het vertrek van den
superintendent.
/^/7 1 i-cn-n
Min ^JiUren. .
€en Galfoat
77u) f Schip van boyen üi Iüuul
Fluiten en een galjoot.
Uit Witsen, Aloude en hedendaegsche scheepsbouw. (Amsterdam, 1671.)
HOOFDSTUK VIL
ADRIAAN ROOTHAAS VOOR GOA.
In den „breeden raets Vergaderinge" van Donderdag 29 November
1657, in het schip Ter Goes voor Goa's bhare gehouden, was vast-
gesteld met welke macht Adriaan Roothaas de Portugeesche haven
zou bUjven bezetten.
Het waren 9 schepen, bemand met 1021 koppen ^), gewapend met
^) Zijn eigen 935 man versterkt met 86 soldaten van Van Goens. (Volgens 't
Rapport aen den Ed. H^ Joan Maetsuycker, gouV Generl ende de E.E.hfen Raden
van India, gedaen bij Adriaen Roothaes, command"" over de oflF en defencive vloote
voor Goa's bhare. Actum Phoenix voor Batavia dezen 4^" Juni 1658, waaraan dit
hoofdstuk voornamelijk is ontleend.) De missive van Van Goens 6 Juli 1658 spreekt
van 't achterlaten van 10,000 % buskruit, 115 soldaten en 24 stukken geschut uit zijn
eigen schepen.
172
355 stukken grof geschut. ^) Als admiraalschip fungeerde de Phenix
met 49 stukken, waaronder de zwaarste, twee „metale france cartou-
wen," schietende 36 pond.
Volgens de laatste van de overloopers verkregen berichten kon de
vijand hier 10 schepen tegenoverstellen met 296 kanonnen. ^)
^) De geheele macht bestond uit de volgende schepen:
1 schip Phenix 400 last 49 stukken
1 jacht Ter Tholen 180 „ 39
1 „ Ter Schelling .... 260 „ 39
1 „ Vlielant 200 „ 36
1 „ Zierickzee 200 „ 36
1 „ Goutsbloem 270 „ 38
1 „ Weesp 280 „ 38
1 „ Worcum 180 „ 34
1 „ Leeuwin . . . . . . 200 „ 26
9 schepen. '. ~. \ '. '. ^~. . 2170 last~= 4340 ton 335 stukken
Ter Tholen had bovendien nog 3 „isere bassen" en voor zijn boot 2 „stecnstuckcn."
Het kaliber der stukken was als volgt:
2 van 36 pond 101 van 8 pond
3 „ 24 „ 98 „ 6 „ Samen 335 stukken, waaronder
14 „ 18 „ 10 „ 4 „ 25 „metale" en de overige „isere
100 „ 12 „ 2 „ 3 „ stucken."
1 „ 10 „ 4 „ 2 „
(Res. v. d. Verg. van 29 Nov. 1657 en de Lijsten van de navale macht in India
van 15 Jan. en 11 Dec. 1658. Vgl. jhr. Mr. J. C. de Jonge: Geschiedenis van het
Nederl. Zee wezen 1, p. 220 vlgg. over de uitrusting der schepen van de Compagnie
en p. 270 over de uitrusting der schepen van de admiraliteiten ten tijde van den
slag bij Duins, waarmede die van Roothaas ongeveer overeenkomen.)
^) De macht van den vijand bestond uit de volgende schepen:
St. Sacrament admiraalschip 48 stukken (68)
St. Anthony d'Esperance vice-adm. . . 40 „ (38)
Bon Jezu de Videgere 30 „ (60)
St. Francisco 30 „ (40)
Bon Jezu de Carmel 30 „ (54)
St. Thomée 30 „ (36)
St. Philippe Nova (St. Johan Baptist) . 24 „ (36)
St. Laurens 24 „ (40)
St. Maria d'Asika 30 „ (34)
't Pattache (Nosso S^a de Bemedie) . . 10 „ (26)
Somma 296^ „ (43^
De opgave is overgenomen uit de Res. v. d. Verg. van 29 Nov. De ( ) ge-
plaatste cijfers en namen zijn uit het rapport van Roothaas. De Gen. Miss. 14 Dec.
1658 neemt de cijfers van Roothaas over en niet die van de Resolutie. Roothaas
heeft zijn opgaven ontleend aan „geintercipieerde brieven." 't Is natuurlijk mogelijk,
dat Roothaas tot zijn meerdere glorie, evenals de Hecren in Batavia, de grootste
opgaven vermeldt, en ook, dat de Portugeezen de brieven met opzet lieten „interci-
pieeren " om de Hollanders een groot idee te geven van hun macht, en hun vrees
in te boezemen. In de vier gevechten, die geleverd zijn hebben de Nederlanders de
Het schip „De Phenix ".
Fragment van een schilderij van W. v. d. Velde de J. te Buda-Pest.
173
In het midden voor de bhare lag Roothaas met de Phenix, Weesp en
Zierikzee. De vice-commandeur Adriaan van Leenen sloot den noor-
delijken uitgang bij 't kasteel Aguade af om in- of uitgaande fregatten te
keeren. Hij had het bevel over de schepen Tholen, Ter Schelling en
Leeuwin. In het zuiden tegenover 't kasteel Mormogan hield de schout-
bij-nacht Rins Jansen de wacht met de Vlieland, Workum enGoutsbloem.
Zoolang er eenige grond was om te vermoeden, dat de vijand een
uitval zou wagen, moesten de schepen bij elkaar blijven en mocht er
zelfs geen naar Wingurla gezonden worden om ververschingen te
halen. Als er water noodig was, moest het door inlandsch vaartuig
gehaald worden.
„Soo den vyant uijtcomt, dat God tot grootmakingh zijns H. naems,
eere van 't vaderlant, welvaren der Comp^ en 't onser salicheijt ge-
nadich verleende", moest zooveel mogelijk gehandeld worden naar
de „Ordre om bij uytcomste van den vyant ('t welck na alle appa-
rentie 's morgens met de lantwint sal geschieden) te houden enz."
Zoodra bemerkt werd, dat de vijand dan 's morgens met den land-
wind aanstalten maakte buiten de bhare te komen, moest de vloot
de ankers lichten en zich met den meestal noordwest wordenden
wind zachtjes laten afdrijven, liefst tot bezuiden de Copers eilanden.
Als het gelukte den vijand zoo buiten en bezuiden de bhare te lokken,
zou dat een begin van overwinning zijn. Want met den noordwesten
wind zou de vijand niet gemakkelijk terug naar Goa kunnen ontsnappen.
Was de vijand zoo een mijl of meer uit de kust gelokt, dan zou de
geheele vloot verdeeld in de drie bovengenoemde eskaders met volle
zeilen op den vijand afgaan en zich dwars door hem heen slaan.
Adriaan Roothaas met de Phenix voorop, gevolgd door zijn twee
andere schepen, moest recht op den portugeeschen admiraal aansturen
en hem niet eerder de volle laag geven, voor hij dwars op zijn zijde
was en zeker hem te raken. Met de kanonnen van de andere zijde kon
dan onderweg den vijand zooveel mogelijk afbreuk gedaan worden.
zee behouden. De Portugeezen waren in bezeildheid de meerderen; in zeeraanskunst
en taktiek zeker niet de minderen. Dan moet de grootere gevechtswaarde van de
Nederlanders den doorslag gegeven hebben. Deze kan bestaan hebben, zoowel in de
personen als in de betere bewapening. Daarom is in den tekst de opgave van de
Resolutie overgenomen.
Ook volgens J. J. Saar, Fünfzehn Jahrige Kriegs Dienst, p. 133, waren de Neder-
landers door hun handiger geschut en lichtere schepen in het voordeel: „kunten wir
Ihnen zweimal die volle Laag geben, ehe sie einmahl."
174
Rechts van den commandeur, hem zoo dicht volgende, „als soldaat-
en zeemanschap lijden mach", zou van Leenen met zijn drie schepen
op den vice-admiraal los gaan, en Rins Jansen aan bakboord op het
derde portugeesche eskader.
Zoodra zij op die wijze door den vijand waren heengeslagen,
moesten de kanonnen direct weer geladen en de vijandelijke vloot
van de andere zijde doorgevaren worden, altijd met de gedachte
hem immer meer zuidwaarts te lokken.
De plaats van den „geprepareerde brander" was bij den aanval dicht
achter den commandeur aan lij, om „in 't passeeren van des vijants
admiraal hem den zelven aen boort te smijten". De bemanning moest
zich met de „chaloup" op 't commandeurs- of een ander schip
zien te redden.
Mocht de commandeur komen te vallen, dan moest de kapitein
van de Phenix, Cornelis Stemper „daerom niet swichten, maer de
vlagge in behoorlijcke postuer als voorheen laten waijen" en zoo ook
bij verder sneuvelen van de scheepsofficieren, ieder op zijn beurt, tot
den minsten officier toe. Zijn plicht getrouw vervuld hebbende zou
deze dan, „zoo hij capabel" was, 't schip de Phenix ook als schipper
verder commandeeren. 't Zelfde gold voor de schepen van de andere
vlagofficieren : geen verandering in de vlaggen, opdat „den vyant
door alteratie der vlaggen den moet niet mocht comen te wassen".
Ieder overblijvend officier, die zich na 't sneuvelen zijner meerderen
wel van zijn taak kweet, zou niet alleen als schipper zijn vaartuig
verder commandeeren, maar wegens manhaftig gedrag nog met een
jaar gage beloond worden. ^)
De vijand was van plan een kostelijk geladen schip naar Portugal
af te zenden. Natuurlijk zou het bij een uitval de bedoeling zijn, dat
jacht door de blokkade-vloot heen te brengen. Den commandeur werd
op het hart gedrukt er wel op te letten, „dat ons de sucht tot den
buijt niet van de victorie en diverteert." Eerst wanneer van de
Phenix een afgesproken teeken gegeven werd, zou een aangewezen
jacht uit de vloot het „prijsken" najagen. Mocht een ander het wagen,
hem wachtte „ly f straffe en arbitrale correctie." Want hoewel tot
^) De kapiteins waren : op Weesp, jacop Lippens ; op Zierikzee, Daniel de Vries ;
op Tholen, Adriaan van Leenen; op Ter Schelling, Daniel de Looper van Middel-
burg; op de Leeuwin, Jan Lucasz Meeuwen; op Vlieland, Rins Janssen van Amster-
dam; op Workum, Reinier Reiniersen en op Goutsbloem, Jan Compas.
175
reparatie van „'s Comp.^ oncosten den buyt wel comen soude, de
eere van de victorie moet voorgaen."
Deze order met de beraamde seinen werd aan alle schippers en
stuurlieden ter hand gesteld en hun bevolen, die „dickmael door te
lezen, ja van buijten te leeren" opdat zij bij een plotselingen overval
te beter op de hoogte van hun plicht zouden zijn. ^)
Na 't vertrek van Van Goens (9 Dec.) werd Roothaas dagelijks
bericht, dat de vijand, die behalve zijn groote gewapende schepen
nog 18 a 20 fregatten zeilree had, van plan was tusschen Kerstmis
en Nieuwjaar een uitval te wagen. Omdat hij dus iederen dag te
verwachten was, en opdat hij niet bij zeewind te veel voordeel van
de kasteelen zou hebben, het Roothaas zijn schepen 1 a IV4 mijl
buiten de kasteelen in zee zeilen.
Van die verwijdering van de Nederlandsche vloot van de kust,
maakte dadelijk een vloot van 18 a 20 moorsche vaartuigen gebruik
om tusschen de Copers eilanden door dicht langs den wal bij don-
keren nacht naar Goa door te sluipen. De blokkade-vloot kon het
niet verhinderen, daar het met zware schepen gevaarlijk was bij
donkere maan de kust te naderen en het bij den te verwachten
uitval van den vijand geraden was, geen schepen af te zenden, maar
zich altijd „by den anderen in postuer te houden."
Uit Wingurla en van andere zijde kwamen berichten in over een vloot
van 3 groote schepen met 25 stukken en 20 oorlogsfregatten, die
uit het noorden de macht binnen Goa zouden komen versterken.
Op die hulp zou alleen het wachten der Portugeezen zijn. Met zijn
meeste schepen ging Roothaas op dat bericht kruisen ten noorden
van de Aguade, den zuidelijken uitgang van de bhare maar matig
bezet houdend. Daarbij had hij een stille hoop, dat de geringe be-
waking, den vijand uit zijn hol zou lokken en hem de gelegenheid
geven hem tusschen twee vuren te nemen. Er kwam niets van. Alle
berichten, ook die van een aanstaanden uitval, van Wingurla uit
voortdurend bevestigd, bleken leugens te zijn, opzettelijk te Goa
verspreid, om de Nederlanders in onrust te houden.
Den 13^^^° Januari scheen het tot een strijd te zullen komen. Alle
tien portugeesche schepen en de fregatten heschen hun zeilen, kwamen
naar buiten — maar lieten onder bescherming van 't geschut der
^) Deze order werd vastgesteld bij Resolutie van de Verg. van 29 Nov. 1657.
176
kasteelen hun ankers vallen. Weer moest er met verlangen ge-
wacht worden.
De volgende dagen was er van uitkomen geen sprake. Een hevige
storm teisterde beide vloten. De Nederlanders verloren ankers, sloepen
booten en ook de geprepareerde brander ging verloren. ^)
Eindelijk 20 Januari 's morgens met den dageraad, daar kwamen
de tien schepen van den vijand vergezeld door 13 a 14 fregatten
uit de bhare de zee inzeilen. Een groot aantal kleinere vaartuigen
bezette ten noorden van de Aguade de kust tusschen Barder en de
rivier Chapora. Roothaas met zijn schepen een kleine mijl ten westen
van de Aguade gelegen. Het de ankers lichten, vermoedelijk om
volgens zijn order den vijand meer zeewaarts te lokken. Zonder
succes. Het werd blakstil, zoodat de vloten op 2 kanonschoten afstand
van elkaar zonder eenig stuur over de schepen heen en weer bleven
drijven. Tegen den middag stak de zeewind op en dadelijk stelden
de Nederlanders hun koers vlak op den Portugees aan, die toen
ongeveer Va a V4 ™ijl buiten den wal lag. De admiraal van den
vijand wachtte den aanval niet af, maar week voor den wind, vóór
de nederlandsche vloot langs terug naar de beschermende kanonnen
van de Aguade. Te dicht durfde Roothaas niet naderen. Op 9
vadem diepte gekomen, loefde hij op om in ruime zee te blijven.
Nu vatten de Portugeezen moed en begonnen van een „onge-
lofelijke veerte" te schieten. Een matroos op de Phenix werd
van de groote ra naar beneden en de groote stag (die groote en
fokkemast verbindt) stuk geschoten. Tegen den avond draaide de
wind noordelijker en zeilde Roothaas met klein zeil recht uit den
wal zee in. De Portugeezen hem achterna. Des vijands admiraal,
meenende, dat de Nederlanders er van door gingen, werd overmoedig,
^) Het scheepje was van de beide benjaansche kooplieden van Wingurla, Nar-
sanna en Kitsanna Wey, overgenomen voor 8 a 900 pagoden (1 pagood = ƒ4).
Daarvan heeft later het opperhoofd in Wingurla Pieter v. Santvliet hun 200 pagoden
betaald en het overige gekort op hun schuld (zie boven p. 104), wat, zeggen Gouv.-
Gen. en Raden zeer terecht, met die 200 pagoden ook had moeten geschieden. „Het
blyckt, dat ons volck in dergelycke zaken doorgaans te veel verkeerde barmherticheijt
toepassen, sonder te dencken aen het ongelijck, dat sij daermede de participanten van
d'Ed. Compe aendoen." (Gen. Miss. 14 Dec. 1658.) De incorrecte handelwijze van
Van Santvliet door Gouv.-Gen. en R. vergoelijkt door te wijzen op de barmhartigheid is
kostelijk! In Batavia wisten zij toch ook wel, dat zulke incorrecte handelwijzen het
opperhoofd geen windeieren legden. En of de Heercn Zeventien aan de barmhartig-
heid geloofden?
177
zette alle zeilen bij en deed een schot met los kruit, wat zeggen
wilde : gaat er niet vandoor. ^) Dat was voor Roothaas te veel. Hij
was ongeveer 1 Va niijl uit d^n wal, de zon was aan 't ondergaan,
maar „hoewel de nachtgevechten dangereus sijn en weijnich ge-
practiseert", hij „kon die trots van ons soo te tergen niet verdragen."
Dus wendde hij den steven en kwam recht op den vijand aan. Nu
zocht die Portugees, die zoo „den ronquedoon gemaeckt hadde"
buiten schot te blijven. Hij liep bij den wind noordwaarts boven
Roothaas op, zoodat deze hem met zijn kanon niet bereiken kon.
Maar de volgende schepen onder den vice-admiraal, die geen ge-
legenheid hadden hun admiraal zoo snel te volgen, misschien ook
minder bezeild waren, kwamen met de Nederlanders in aanraking.
S^ S&creunaiff
^ ^^^^
I y Nederlandsch,
Portugeesch
I. 20/21 Januari. He phase. 2)
De St. Anthony van den vice-admiraal passeerde de Phenix van
Roothaas zoo dicht aan stuurboord, dat de trompen van de stukken
elkaar bijna raakten. Tegelijkertijd bevond zich aan bakboord een
ander groot galjoen. De drie schepen brandden bij 't passeeren
tegelijk hun stukken los, En zoo ging de geheele hollandsche vloot,
^) .... begon haren admirael den ronquedoon te maeken, smeet alle sijn seijlen
bij en maekte den jager en schoot met loos cruyt van ons dat soo veel 't zeggen was
als loopt niet. "
-) De tusschen den tekst geplaatste figuren pretendeeren niet een volkomen juiste
voorstelling van de manoeuvres te geven. Daartoe ontbreken in het rapport van
Roothaas de gegevens, vooral wat betreft de windrichting en het aantal schepen, dat
aan de gevechten heeft deelgenomen. Zij bedoelen slechts de beschreven bewegingen,
door de schepen uitgevoerd, duidelijk voor te stellen.
AALBERS, O.-I. Compagnie. 12
178
die achter Roothaas aankwam dwars door den vijand, die zijn admi-
raal volgde, „en soo wacker door de pieken" moest „dansen."
Nadat de vice-admiraal de Phenix zoo dicht aan stuurboord ge-
passeerd was, kwam hij voorbij de vlak op de Phenix volgende
Zierikzee, die hij met zijn boeg hevig aan de gallerij (die zich aan
den spiegel bevindt) beschadigde, met zijn boegspriet de vlag van
achter weg nam en aan welks achterschip hij zich met z'n enterdreg
vasthechtte. Echter brak de enterketting, zoodat de dreg aan de
Zierikzee bleef hangen en 't schip losraakte. Maar nu was Weesp,
het derde schip van Roothaas' eskader bij de hand en klampte de
St. Anthony met enterhaken aan boord. Tusschen beide schepen
ontspon zich, voor zij van elkaar raakten een hevig gevecht.
S^ Sacrament
Admiraal
■^^ r>^ Tholen.
l^temst
I. 20/21 Januari. 2^ phase.
Zoo was de vloot éénmaal met „wacker treffen (dat in de doncker-
heijt des nachts een wonderlijcke vertooninge gaff)", door den vijand
heengeslagen, 't Geschut werd opnieuw geladen, de schepen gewend
en weer op den vijand losgezeild, die ten tweede male in een ge-
lijksoortig treffen zou worden doorgevaren. Maar drie van de neder-
landsche schepen, Goutsbloem van het derde. Leeuwin van het
tweede en Weesp van het eerste eskader raakten vermoedelijk bij
179
het door den wind gaan, in de duisternis geen vijandelijke van eigen
schepen onderscheidende, aan elkander en brachten met kanonschoten
elkaar wederkeerig schade toe. 't Galjoen (voorste deel van het schip,
onder de boegspriet) van Weesp, werd door de Leeuwin stuk ge-
varen. En de vijand? Die was er al van door naar zijn kasteelen.
Yiee-edm .mrr m»^ l'w'M^ nooT de TcosteeUn.
Fhe/dx
ZunkxAe
&1X
Goudsbloem
I. 20/21 januari. 3^ phasc.
Daar werden zijn schepen den volgenden morgen bij zonsopgang
door Roothaas en de zijnen ontdekt. Wel mocht de commandeur
zeggen, dat de nachtgevechten „dangereus" waren en hij had er bij
kunnen voegen niet alleen „weijnich gepractiseert", maar voor hem
ook weinig praktisch.
De verliezen op de vloot bedroegen 6 dooden en 14 a 15 ge-
wonden. De vijand zou volgens geruchten „maer" 1 1 dooden en
ongeveer 70 gekwetsten hebben gekregen. Waarom die getallen voor
de vijanden met „maer" moeten worden ingeleid? Vermoedelijk alleen
omdat de opgaven van de gedoode vijanden altijd veel hooger zijn
dan die van het eigen volk.
Eenige dagen later moest de commandeur het weer tot zijn spijt
aanzien, dat met den landwind nu van het noorden 15 fregatten, dicht
langs de kust houdend, Goa's bhare binnen zeilden. Bij gebrek aan
klein vaartuig kon hij het niet beletten.
Den 27=**° Januari werd de vechtlustige vlootvoogd nogmaals teleur-
180
ORANG-ORANG YANG MENYOKONG
Selasa, 7 April 2020
170
Langgan:
Catat Ulasan (Atom)
220
220 4. De hoogc officieren als is den gouverneur, cap* moors, Viadoor de Fazendo tot cappiteijnen in cluijs, sullen met haer teijckens u...
CATATAN POPULAR
-
Kenapa isu anjing menjadi sensitif. Sudah lama aku perhatikan bagaimana orang melayu berhadapan dengan isu anjing. Dalam hal ini aku akan m...
-
Oh sudah lama rasnya saya tidak menjengok blog ini. Ketika itu lihat orang ada akaun blogspot.my rasa nak ada akaun blogspot jugalah. Ketik...
-
20 De hechtste en grootste schepen werden gebruikt voor de vaart tusschen Indië en patria. Gewoonlijk verlieten per jaar drie vloten het...
-
40 Volgens art. 3 van het verdrag van 1638 zouden de Nederlanders de veroverde sterkten op Ceylon bezetten op kosten van den maharadja „...
-
30 die grondige wetenschap ende kennisse heeft van boecken ende reeckeningen ende die oock becleet sy met gerequireerde achtbaerheijt en...
Tiada ulasan:
Catat Ulasan